Doel Multiresistentie komt in E. coli en Salmonella geisoleerd uit voedselproducerende dieren zeer frequent voor. Vooral bij vleeskuikens zijn meer dan 50% van de isolaten resistent tegen 3 of meer antibiotica. Zeker als resistentiegenen ook nog eens gekoppeld voorkomen is dit een zeer zorgwekkende ontwikkeling omdat dan co-selectie door gebruik van allerlei antibiotica kan bijdragen aan de ontwikkeling van resistentie van dier-, of volksgezondheidsbelang. Voorbeelden daarvan zijn het voorkomen van MRSA in onze dierhouderij door gebruik van tetracyclinen en het voorkomen van extended spectrum beta-lactamasen (ESBLs) bij E. coli door gebruik van quinolonen of ander antibiotica. Met dit project willen we de koppeling aantonen van resistentiegenen op overdraagbare genetische structuren zoals plasmiden.
Werkwijze Om beter inzicht te krijgen in de koppeling van resistentiegenen, anders dan de integron geassocieerde genen, zal ten eerste van alle transconjuganten het resistentiepatroon worden bepaald en vergeleken met de donorstam. De aanwezigheid van plasmiden in donorstammen en transconjuganten zal worden geanalyseerd m.b.v. standaard protocollen. Voor kleinere plasmiden kan dat met relatief eenvoudige extractiemethoden, voor grotere plasmiden is dat een uitdaging. Vervolgens kunnen de plasmiden verder worden gekarakteriseerd. Er vindt analyse van resistentiegenen op plasmiden plaats en tenslotte wordt een methode operationeel gemaakt om plasmiden te kunnen genotyperen (MLST).
Resultaten
- Plasmiden in int-positieve isolaten zijn gekarakteriseerd - Koppeling van resistentiegenen op plasmiden - Een genotyperingstechniek is ontwikkeld voor plasmiden. Deze wordt toegepast op plasmiden waarop ESBLs aanwezig zijn. Voor actuele resultaten kunt u contact opnemen met de projectleider.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |