Doel Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de milieubelasting, met de nadruk op het broeikaseffect, van verschillende combinaties van covergisting van mest met bijproducten in vergelijking tot het gebruik van energiegewassen als cosubstraat.
Werkwijze Binnen Wageningen Universiteit is een duurzaamheidmaatlat in ontwikkeling, die vooralsnog gericht is op covergisting met producten van energieteelt. Dit onderzoek vult deze maatlat aan met covergisting van dierlijke mest met bijproducten. Daarbij richt het onderzoek zich op de energieproductie en de milieuaspecten broeikaseffect, ammoniak en mineralenoverschotten. Hierbij relateert dit onderzoek aan de twee Cramer-criteria: 1) reductie van broeikasgassen en 2) behoud van milieukwaliteit. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van een vergister op boerderijschaal met een totaal volume van 36.000 m3. De combinaties vergisting van varkensdrijfmest met een aandeel snijmaïs en de bijproducten aardappelzetmeelslib, aardappelpersvezels, bietenstaartjes of glycerine zijn onderzocht op basis van de levenscyclusanalyse (LCA) methodiek. Hiervoor zijn de teeltgegevens van het hoofdproduct in kaart gebracht, naast het verwerkingsproces van het hoofdproduct (zetmeelaardappels, koolzaad en suikerbieten), transport, aanwending digestaat, en de biogasproductie van de bijproducten is bepaald.
Resultaten De energieopbrengst blijkt het hoogst bij glycerine als bijproduct, gevolgd door aardappelzetmeelslib en bietenstaartjes, en was het laagst bij aardappelpersvezels. Volgens Cramer-criteria moet de netto-emissie reductie ten opzichte van fossiele energie, inclusief toepassing, ten minste 30% zijn. Alle combinaties van covergisting met bietenstaartjes en glycerine voldoen aan dit criterium. Covergisting van aardappelzetmeelslib voldoet ook aan dit criterium bij een aandeel van 10% en 25%, terwijl covergisting van aardappelpersvezel alleen hieraan voldoet bij een aandeel van 10%. In 2011 is deze emissiereductie gesteld op 50%. Het blijkt dat covergisting van varkensmest in combinatie met een groot aandeel (40%) bietenstaartjes kan voldoen aan dit criterium in 2011. Voor de andere bijproducten geldt dat alleen covergisting van varkensmest in combinatie met ten hoogste 10% glycerine, aardappelpersvezel of aardappelzetmeelslib naast een cosubstraat met een lage broeikasgasemissie en hoge biogasproductie, zoals snijmaïs, kan voldoen aan dit criterium in 2011. Covergisting van het energiegewas snijmaïs heeft een hogere emissiereductie van broeikasgassen ten opzichte van fossiele energie bij een aandeel van 50%, in vergelijking tot alle onderzochte combinaties van covergisting met bijproducten. Echter, het gebruik van energiegewassen concurreert meer met voedselvoorziening in vergelijking tot het gebruik van bijproducten als cosubstraat.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |