| Op melkveebedrijven met een automatisch melksysteem (melkrobot) worden verschillende gegevens van de melk (zoals hoeveelheid en kleur) gebruikt voor de detectie van zichtbare uierontsteking (klinische mastitis). De veehouder krijgt vervolgens dagelijks automatisch een lijst van koeien die volgens de melkrobot hiervan verdacht worden. Deze lijst bevat echter teveel koeien die de aandoening niet hebben. Wilma Steeneveld onderzocht of het aantal koeien dat onterecht op de lijst staat verminderd kan worden. Aan de hand van de beschikbare informatie over de koeien (zoals leeftijd, ziektegeschiedenis en kenmerken van de melk) bepaalde Steeneveld welke koeien op de lijst de hoogste prioriteit hadden om visueel onderzocht te worden. Uit de resultaten bleek echter dat deze manier van werken niet leidde tot een verbetering van de detectie van klinische mastitis. Voor een koe met klinische mastitis moet er een keuze voor de behandeling gemaakt worden. De promovenda onderzocht of het uit economisch oogpunt wellicht verstandig is om bepaalde (bijvoorbeeld hoog productieve) koeien intensiever te behandelen (bijvoorbeeld langer). Deze intensievere behandelingen leiden namelijk tot hogere genezingspercentages. Uit de resultaten bleek echter dat de intensievere behandelingen altijd duurder zijn. Voor de veehouder is het dus economisch onaantrekkelijk om de koeien op verschillende manieren te behandelen. |