KNAW

Onderzoek

Ventilatievoud, de praktijk (Aircobreeze)

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Ventilatievoud, de praktijk (Aircobreeze)
Looptijd 12 / 2007 - onbekend
Status Afgesloten
URL http://edepot.wur.nl/9344
Onderzoeknummer OND1338513
Leverancier gegevens Productschap tuinbouw

Samenvatting

Vooral door minder inzet van met name minimumbuisverwarming is door luchtbeweging van Aircobreeze-ventilatoren de warmtevraag bij de teelt van Gerbera en Matricaria resp. 32 en 16% lager dan in de referentie. Dit staat in het eindrapport van Wageningen UR Glastuinbouw over Energiezuinige optimalisatie van het microklimaat door luchtbeweging. Naast de proeven met de Aircobreeze is in dit onderzoek een begin gemaakt met het beschrijven van wat een optimaal microklimaat nu eigenlijk is, welke plantkundige en natuurkundige processen daarbij een rol spelen en met welke middelen en regelstrategie de tuinder dit in de praktijk kan bereiken.

Het onderzoek van WUR Glastuinbouw is uitgevoerd in samenwerking met Hoogendoorn Growth Management, op de bedrijven van Zuijderwijk & Witzier BV en JB Matricaria. In twee praktijksituaties, namelijk in de Gerbera en Matricariateelt is Aircobreeze ingezet. In deze teelten zijn veel vragen op gebied van energiezuinige vochtregeling en microklimaat vanwege het voorkomen van smet, smeul, broeikoppen, rotkoppen , hartloosheid. Bij beide teelten brengt de Aircobreeze warmere en drogere lucht bij de knoppen.

Alternatief voor minimumbuis
Het inzetten van de Aircobreeze ventilator als alternatief voor het inzetten van een minimum buis in het Aircokas concept had oorspronkelijk vooral het doel om verticale temperatuurverschillen te vereffenen en de behoefte aan aardgas te verminderen bij het opwarmen van de kas in de vroege ochtend. Naast effecten op energieverbruik kan met luchtbeweging ook het microklimaat beter beïnvloed worden, wat gewaskundige voordelen met zich meebrengt.

Luchtverplaatsing
De Aircobreeze veroorzaakt een parapluvormig stromingsprofiel, waarvan de werkende breedte sterk afhankelijk is van de hoek waarmee de schoepen op de rotor zijn gemonteerd. De Aircobreeze verplaatst grote hoeveelheden lucht van onder het scherm naar het gewas en realiseert ter hoogte van de bloemknoppen een luchtsnelheid tussen 5 en 20 cm/sec, ruim voldoende om daar geen stilstaande lucht te hebben.

Verschillen tussen de gewassen
Zonder gebruik van de ventilator staat de luchtlaag ter hoogte van de bloemknoppen bij Matricaria nagenoeg stil. Met Aircobreeze ontstaat daar een kleine horizontale luchtbeweging. Bij gerbera is de luchtstroom bij de bloemen zonder ventilator vooral verticaal gericht, dus inclusief vochttransport vanuit het gewas. Bij gebruik van Aircobreeze verandert bij gerbera de stromingsrichting van verticaal naar horizontaal.
Ook tussen het gewas heeft de Aircobreeze een verschillende invloed bij de twee gewassen. Bij Matricaria was er nauwelijks invloed meetbaar (dicht aaneengesloten gewas in de grond). De lucht stond daar zowel met als zonder ventilator nagenoeg stil zowel bij open als gesloten scherm. Ook het gebruik van hijsverwarming brengt nagenoeg geen luchtbeweging tot stand.

Bij gerbera was er tussen het bladpakket wel sprake van enige luchtbeweging, zowel met als zonder Aircobreeze (gewas in goten boven de grond). Tussen het bladpakket heerst een hoge RV en die is ook met een Aircobreeze niet te verlagen. Bij beide gewassen kan aanvullend onderin blazen van droge lucht de RV waarschijnlijk beter beïnvloeden dan met de Aircobreeze.

Metingen
Uit metingen bleek dat:

- de Aircobreeze de luchtsnelheid nabij het gewas verhoogt met 32%
- de Aircobreeze zorgt voor meer turbulentie
- de meeste luchtbeweging ontstaat in de kas op het moment dat de ramen volledig openstaan
- een dicht scherm, waarbij twee schermen over elkaar gesloten zijn, zorgt voor veel trek in de kas en daarmee hogere luchtsnelheden
- de Aircobreeze zorgt er vooral s nachts voor dat de RV in het gewas hetzelfde is als boven het gewas

Optimaal microklimaat
In dit project is ook een begin gemaakt met het beschrijven van wat een optimaal microklimaat nu eigenlijk is, welke plantkundige en natuurkundige processen daarbij een rol spelen en met welke middelen en regelstrategie de tuinder dit in de praktijk kan bereiken.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Dr. J. Bontsema
Contactpersoon A. Dijkshoorn

Classificatie

A21000 Landbouw en tuinbouw
D14330 Elektrische energietechniek

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie