Beschrijving Stalmest geeft in de hyacintenteelt een goede kwaliteit opbrengst. Tegelijk is het toepassen van stalmest lastig omdat door mineralisatie in de tweede helft van het jaar een groot deel van de stikstof niet beschikbaar is voor het gewas. In dit project wordt naar methoden gezocht om stikstof meer gecontroleerd te laten vrijkomen. Daartoe wordt het gebruik van groenbemesters, nitrificatieremmers en toevoegen van organisch restmateriaal beproefd.
Resultaten De stikstof (N) benutting van stalmest door voorjaarsbloeiende bolgewassen is doorgaans erg laag. Door laboratorium- en veldproeven is gekeken of de N benutting uit stalmest verhoogd kan worden door: Het toevoegen van een nitrificatieremmer Het telen van een groenbemester Het mengen van stalmest met stro. Geen van de 3 strategieën heeft bewezen de N benutting uit stalmest te verhogen. Wel leidde in 1 teeltseizoen het telen en onderploegen van bladrammenas en doormengen met 18 ton stro per ha tot een iets hogere N benutting maar verschillen waren niet significant hoger dan de controlebehandeling.
Voor de N-voeding van voorjaarsbloeiende bolgewassen blijft men dus voor een groot deel afhankelijk van N-kunstmest die vanaf 15 januari mag worden toegepast. Daarom dient de teler voldoende N-gebruiksruimte te reserveren om naast toepassing van organische mest ook in het voorjaar voldoende N-kunstmest te kunnen toepassen bij voorjaarsbloeiers. |