Beschrijving In project "Risico en beheersing bollenmijt zantedeschia" is het probleem van bollenmijten in Zantedeschia in kaart gebracht. Daarbij zijn mijten afkomstig van de verschillende bolgewassen gekweekt en daarna op Zantedeschiaknollen of lelieschubben gezet. Zantedeschiaknollen bleken actief te kunnen worden aangetast door mijten afkomstig van Zantedeschia, lelie en ook in een enkele geval van narcis. Lelieschubben werden hoofdzakelijk aangetast door mijten afkomstig van lelie (Rhizoglyphus robini).
Mijten van Zantedeschia gaven nauwelijks schade. De omstandigheden waaronder aantasting plaats vindt lijken van sterke invloed op de schade. Mijten aangetroffen op Zantedeschiaknollen zijn door de PD gedetermineerd als R. echinopus. R. robini werd niet aangetroffen. In het project wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van een hete-luchtbehandeling voor de bestrijding van de mijten.
Resultaten De luchtvochtigheid beïnvloedt de ontwikkelng van de bollenmijt: bewaring bij een lage RV kan een plaag van bollenmijten voorkomen. Knolbeschadiging en de hoeveelheid mijten bij de start van de opslag zijn ook van invloed op de plaagontwikkeling. In een proef met heetstook van 43°C bij een partij gezonde knollen werden na enkele maanden zachte en gommende knollen gevonden.
Eén en twee dagen hete heetstook van 43°C gaf volledige mijtbestrijding bij uitwendig besmette knollen, knollen met spuitaantasting en poederknollen. Omdat het er op lijkt dat 43°C de maximumtemperatuur is die Zantedeschiaknollen kunnen verdragen is verder onderzoek nodig naar bestrijding van bollenmijt met heetstook zónder gewasschade. In het project Heetstook Zantdeschia wordt verder onderzoek uitgevoerd. |