KNAW

Research

Leaf spot disease in maize, phase 2

Pagina-navigatie:


Update content


Title Leaf spot disease in maize, phase 2
Period 01 / 2009 - 12 / 2010
Status Completed
URL http://edepot.wur.nl/51773
Research number OND1339271
Data Supplier Productschap Zuivel

Abstract (NL)

In 2008 is er door ASG en PPO een deskstudie uitgevoerd naar de oorzaken en gevolgen van bladvlekkenziekte in snijmaïs. De deskstudie is aangevuld met praktijkonderzoek waarbij via praktijkinventarisaties gegevens zijn verzameld over het voorkomen en de ontwikkeling van de ziekte in de praktijk, effecten op conservering, bewaring en voederwaarde. Daarnaast is er op twee locaties oriënterend onderzoek gedaan naar het effect van voorjaarsgrondbewerking op de mate van aantasting. De resultaten zijn beschreven in ASG rapport 168 en in een artikel voor de praktijk in V-focus (februari 2009).
De resultaten hebben geleid tot enkele praktische aanbevelingen om aantasting van maïs door Helminthosporium te beperken. De belangrijkste zijn gerichte rassenkeuze, vruchtwisseling en goed kerende grondbewerking in het voorjaar. Daarnaast is een globaal oogstadvies voor aangetaste maïs geformuleerd. In het rapport zijn tevens enkele vragen voor vervolgonderzoek opgenomen. Uit deze vragen is een selectie van drie onderzoeksonderwerpen gemaakt die voor de praktijk belangrijk zijn. De onderwerpen zijn vooral gericht op een betere onderbouwing van adviezen. De drie onderwerpen zijn in volgorde van prioriteit:

1. Effect van vruchtwisseling. Uit de literatuur is bekend dat Helminthosporium sporen na een jaar nog volop kunnen kiemen. Hoe en hoelang de schimmel overleeft onder Nederlandse praktijkomstandigheden is niet bekend.
2. Oogstadvies aangetaste maïs. Moet met Helminthosporium aangetaste maïs in verband met mogelijk extra broeigevoeligheid nu wel of niet vroeger geoogst worden?
3. Effect grondbewerking. Gewasresten goed onderwerken, zodat de druk van een primaire aantasting vanuit de grond wordt beperkt. Zijn de veronderstelde verschillen tussen ploegen, spitten en cultiveren voldoende relevant voor de praktijk?

In 2009 wordt door PPO het effect van maïs telen in vruchtwisseling met gras nader onderzocht. Op vijf praktijkpercelen, waar maïs na maïs wordt geteeld, worden gewasresten in het begin van het seizoen verzameld om na te gaan of hier nog levensvatbare sporen op zitten. Ook worden gewasresten verzameld en onderzocht op ziekte van 5 percelen waar na maïs in 2007 in 2008 een ander gewas heeft gestaan. Daarnaast wordt van enkele percelen grond verzameld om in een pottenproef te onderzoeken of de maïsplanten aangetast worden vanuit besmette grond.

Related organisations

Related people

Project leader Ing. H.A. van Schooten

Classification

A21000 Agriculture and horticulture
D22500 Botany

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation