ASG probeert genen te ontdekken die invloed hebben op de voerefficiëntie bij melkvee. Als deze genen ontdekt zijn, kunnen uiteindelijk stieren en koeien geselecteerd worden die efficiënter met het voer omgaan en daardoor mogelijk ook minder methaan uitstoten. Dit werkt positief door op het saldo van de melkveehouder en is positief voor het milieu.
In het midden van de 90-er jaren is een proef uitgevoerd met 600 dieren (op voormalig proefbedrijf t Gen), waarbij voeropname gerelateerd is aan de productie van de koe. Het resultaat was dat er grote verschillen waren tussen dieren in voeropname en dat dit deels erfelijk bepaald is (erfelijkheidsgraad van 0,61). Dit biedt zeker mogelijkheden voor de fokkerij. Máár dan moet wel de voeropname en melkproductie van veel vaarzen gemeten worden om voor stieren een fokwaarde voor voerefficiëntie te schatten. Dit is erg tijdrovend en tevens heel duur en is toentertijd niet verder ontwikkeld voor de praktijk. De tijd vordert en nieuwe technieken dienen zich aan. Met de huidige, nieuwe genomicatechnieken is goed en vrij snel te achterhalen, welke genen invloed hebben op een bepaalde prestatie (bijvoorbeeld voerefficiëntie) van een koe.
Gelukkig zijn de gegevens van de proef op t Gen bewaard gebleven, evenals genetisch materiaal (bloed) van de koeien. Dit schept mogelijkheden om genen te ontdekken die een relatie hebben met voerefficiëntie. Destijds zaten 600 koeien in de proef. Analyse van het beschikbare genetische materiaal leverde op dat per koe ruim 54.000 verschillende plaatsen op de chromosomen aangeduid zijn (SNP s). Na controle van de dataset bleven er nog gegevens van 567 koeien over met ruim 44.000 SNP s per koe. Dit is een forse dataset van 567 rijen en 44.000 kolommen, die de benodigde rekenkracht vraagt. Niettemin, worden de gegevens nog verder uitgebreid door internationale samenwerking, zodat het de onderzoekers vertrouwen geeft om genen of gencombinaties te ontdekken die een relatie hebben met voerefficiëntie.
Naast voerefficiëntie wordt ook een inschatting gemaakt van de methaanemissie van de verschillende dieren. Het project duurt 2 jaar. Aan het eind van deze periode hopen de onderzoekers aan te geven welke genen een relatie hebben met voerefficiëntie en wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn voor methaanemissie. |