KNAW

Research

Gross Efficiency in Cyclic Sports. The Underlying Assumptions Investigated

Pagina-navigatie:


Update content


Title Gross Efficiency in Cyclic Sports. The Underlying Assumptions Investigated
Period 01 / 2009 - 05 / 2013
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1339604
Data Supplier Website MOVE

Abstract (NL)

Om prestaties in de wieler- en schaatssport beter te kunnen begrijpen, gebruiken onderzoekers een vermogensbalansmodel, waar ze wedstrijdprestaties mee kunnen simuleren. Aan dit model liggen enkele aannames over efficiëntie ten grondslag. Dionne Noordhof onderzocht deze aannames met een serie experimenten. De eerste aanname is dat de efficiëntie constant blijft over de dag. Noordhof ontdekte dat de efficiëntie van een sporter tijdens het fietsen inderdaad de hele dag constant blijft. Bij de Olympische Zomerspelen van Peking pasten sporters hun dagnachtritme aan vanwege wedstrijden die vroeg in de ochtend plaatsvonden. Sporters hoeven hun dagnachtritme helemaal niet te verschuiven voor belangrijke sportevenementen, wanneer het gaat om de efficiëntie. De tweede aanname die Noordhof onderzocht, is dat de efficiëntie onafhankelijk is van de hoogte boven zeeniveau waarop de inspanning wordt geleverd. De efficiëntie blijkt echter lager te zijn wanneer een sporter op eenzelfde relatieve intensiteit op hoogte moet presteren in plaats van op zeeniveau. Tijdens het sporten op eenzelfde relatieve intensiteit moet de sporter op hoogte dus meer metabole energie vrijmaken uit de verbranding van voedingsstoffen. Verder ontdekte Noordhof dat de fietsefficiëntie, maar daarnaast ook de effectiviteit van de afzet tijdens het schaatsen, verslechtert bij maximale inspanning. Dit betekent dat fietsers en schaatsers minder efficiënt worden, dus meer (metabole) energie nodig hebben om hetzelfde mechanisch vermogen te leveren wanneer zij moe worden. Om prestaties in sporten zoals wielrennen en schaatsen te kunnen verbeteren, moet het mechanisch vermogen dat de atleet levert toenemen of het vermogen dat verloren gaat aan wrijvingskrachten, zoals de luchtwrijving, verminderen. Wanneer we de vermogensverliezen buiten beschouwing laten, kan de sporter zijn prestatie alleen verbeteren als het mechanisch vermogen toeneemt. Het mechanisch vermogen dat een sporter levert wordt bepaald door de hoeveelheid metabole energie die in het lichaam wordt vrijgemaakt uit de verbranding van voedingsstoffen en door de efficiëntie waarmee deze metabole energie wordt omgezet naar mechanisch vermogen. De mens lijkt de grens van de maximale metabole energie productie te naderen en daarom verschuift de aandacht binnen de wetenschap richting efficiëntie. Met de kennis uit Noordhofs promotieonderzoek kunnen we het menselijk presteren beter begrijpen en het vermogensbalansmodel optimaliseren.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. C.C. Foster
Co-supervisor Dr. J.J. de Koning
Doctoral/PhD student Dr. D.A. Noordhof

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation