Doel De opdrachtgever, het ministerie van LNV, streeft ernaar om maatwerk en differentiatie te ontwikkelen in het diergezondheidsbeleid, voor de verschillende categorieën dieren en houderijsystemen. Hierbij moet worden gedacht aan zowel beleid in vredestijd (preventie: hygiene, surveillance), in de hoog-risicoperiode (vroege detectie), als bij uitbraken (controle, eradicatie). Daarbij moeten de mogelijkheden voor een gedifferentieerde aanpak voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op (gedifferentieerde) risicobeoordelingen.
Bij de opdrachtgever is behoefte aan wetenschappelijke uitwerking en risico-evaluatie van de (veterinair-) epidemiologische en (sociaal-) economische aspecten van mogelijke richtingen van differentiatie in het diergezondheidsbeleid.
Werkwijze Als aanzet tot een meerjarig onderzoeksprogramma (doorlopend tot 2013, go/no go eind 2011) gericht op de ontwikkeling van een instrumentarium voor een gedifferentieerd diergezondheidsbeleid, wordt in 2010 een overzicht (state of the art) opgesteld van beschikbare en nog te ontwikkelen methoden voor de aanpak van relevante gedifferentieerde risico-beoordelingen.
Deze risicobeoordelingen kunnen vele aspecten betreffen. De internationale risico-situatie, het jaargetijde, het bedrijfstype, de diersoort, de (regionale) locatie en biologische omstandigheden etc. Voorlopig ligt de aandacht vooral bij het bedrijfstype en houderijsysteem, waarbij wordt gedacht aan het onderscheid tussen de hobbyhouder, een kleinschalig bedrijf en een grootschalig bedrijf. Megastallen komen hierbij als eerste onderzoekscase in beeld.
Resultaten 2010: Rapport 'Risico-analyse voor gedifferentieerd diergezondheidsbeleid: state of the art'
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |