KNAW

Research

Surving in fragmented landscapes

Pagina-navigatie:


Update content


Title Surving in fragmented landscapes
Period 03 / 2010 - 12 / 2010
Status Completed
Research number OND1340327

Abstract

Description:
Population viability, evaluated with landscape evaluations tools like LARCH en METAPHORE considering single species, will always increase when the connectivity in the landscape increased. However, when antagonistic species, like predators, competing species and diseases play a key role in the dynamics of a target species this might be different. If we evaluate population viability in landscapes with a metacommunity approach (adding species interactions) we expect that some species might profited from isolation. We especially expect this in species that have a high dispersal rate and a low competitive ability. These species might escape to patches where antagonists are not able to come or have not yet arrived.

Research objectives:

The objective of our study is to get insight in: how antagonistic species might affect population viability of a target species, we specifically ask:

1. Which species traits and trait combinations will profit from isolation?
2. Which landscape configurations are especially sensitive to this effect?
3. What is the order of magnitude of the error made ignoring this effect?
4. Can we improve currently use tools to account for this effect?

Results and products:

The method comprised three phases.

1. A literature study to evaluate whether its important to replace the metapopulation concept by a metacommunity concept. Additionally we will study the effect of species interactions in spatial explicit metapopulation models.
2. A simulations study using the relatively simple metapopulation environment, METAPOP. Here we explore the metapopulation dynamics of two species that compete in a Lotka Volterra like way. By increasing the species interaction at various levels of dispersal and landscape fragmentation we can discover in what conditions species interactions give deviating results from the single species approach.
3. Writing a short report.

Results
The structure of currently used landscape evaluation tools will always give the same result: a better connectivity is better for all species. Consequently optimal landscape configurations are always well connected landscapes. But when the effect of antagonistic species on the survival of the target species is important these results might not be realistic. Here the result might be the opposite; some species need some degree of isolation to survive. In these kinds of cases we should replace the metapopulation concepts by a more metacommunity based approach and evaluation models should be adapted to evaluate these cases.

Abstract (NL)

Doel
In de huidige landschapsecologische modellen die per soort evalueren zoals LARCH en MATAPHORE is het verbinden van dierpopulaties altijd goed. Maar als er antagonistische soorten worden meegenomen zoals concurrenten, ziektes of predatoren dan kan dit anders uitpakken. Als we de landschapsconfiguratie met een meer op een metacommunity wijze evalueren (interactie tussen soorten toevoegen) verwachten we dat er gevallen zijn dat isolatie juist goed kan zijn in het geval van minder concurrentie krachtige soorten met een hoog dispersievermogen. Deze soorten kunnen dan als het ware vluchten naar patches waar antagonisten niet kunnen komen of er nog niet zijn. Het doel van deze studie is daarom inzicht te krijgen in hoe de toevoeging van antagonistische soorten de populatielevensvatbaarheid beĆÆnvloedt en of in bepaalde gevallen verbinden niet tot een hogere levensvatbaarheid leidt. Daarom willen we de volgende vragen stellen:

1. Wat is de grootte van de fout die gemaakt wordt door antagonisten niet ruimtelijke expliciet mee te nemen in metapopulatie modellen?
2. Welke soorteigenschappen en -combinaties zijn gevoelig voor dit effect?
3. Welke ruimtelijke configuraties zijn hiervoor gevoelig?
4. Kunnen we, indien nodig, huidige modellen verbeteren?

Werkwijze

Activiteiten bestaan uit 3 fasen:

1. Een korte literatuurstudie naar het metacommunity concept als alternatief voor het metapopulatie concept en naar de soortsinteractie in ruimtelijke expliciete modellen.
2. Modelstudie met behulp van relatief simpele modellen in de METAPOP-omgeving. We denken hierbij aan het simuleren van twee soorten in een ruimtelijke context. Door de soortsinteractie (in dit geval Lotka Voltera concurrentie) toe te laten nemen kunnen we zien hoe simulaties met interacties verschillen van simulaties zonder interacties. Dit wordt bekeken voor verschillende dispersiestrategieƫn en landschapsconfiguraties.
Resultaten laten zien in welk deel van de parameter ruimte, van soortsinteractie, dispersie en ruimtelijke configuratie, grote afwijkingen worden gevonden ten opzichte van de traditionele aanpak waarbij soorten apart worden bekeken.
3. Verslaglegging

Resultaten
Door de structuur van de huidige evaluatiemodellen kan de uitkomst enkel zijn: hoe groter de leefgebieden en hoe beter de ruimtelijke samenhang hoe beter een populatie van een soort het doet. Daardoor zullen landschapsinrichtingsadviezen dan ook altijd deze strekking hebben. Maar als antagonistische soorten een belangrijke rol blijken te spelen, kan dit anders zijn. Hier kan de uitkomst zijn dat isolatie niet altijd slecht is en dat sommige soorten isolatie juist nodig hebben om voort te bestaan. In dit soort gevallen moet het metapopulatie concept worden vervangen door het metacommunity concept en zullen modellen moeten worden bijgesteld of worden vernieuwd.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr.ir. P. Schippers

Related research (upper level)

Classification

A61000 Environmental planning
D16800 Computer simulation, virtual reality

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation