KNAW

Research

Sexualisation: Ethnicity considered

Pagina-navigatie:


Update content


Title Sexualisation: Ethnicity considered
Period 12 / 2008 - 03 / 2009
Status Completed
Research number OND1340424
Data Supplier RNG

Abstract (NL)

Er is de laatste tijd maatschappelijke onrust ontstaan rondom de overmaat aan eenzijdige, genderstereotiepe, seksueel getinte uitingen in de media (?seksualisering?) en de mogelijk negatieve effecten daarvan op jongeren. Vanuit de wetenschappelijke literatuur zijn er signalen dat contact met of gebruik van geseksualiseerde media gevolgen kan hebben voor jongeren, maar er zijn ook nog veel onduidelijkheden. Voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waren deze signalen en onduidelijkheden aanleiding om een verkennend onderzoek op dit terrein uit te laten voeren. In 2008 zijn de Rutgers Nisso Groep, Het Nederlands Jeugdinstituut en MOVISIE met deze opdracht aan de slag gegaan. Er werden toen vier deelstudies uitgevoerd naar de rol van seksualisering in het leven van jongeren, waaronder een kwantitatieve studie onder 1294 jongeren en hun ouders. Aan dit onderzoek namen vrijwel uitsluitend autochtone jongeren deel, waardoor er geen conclusies konden worden getrokken over verschillen naar etniciteit. De Rutgers Nisso Groep en E-Quality voerden daarom een tweede onderzoek uit, ditmaal onder een meer heterogeen samengestelde groep jongeren. Via scholen werden 320 jongens en 508 meisjes geworven met uiteenlopende etnische achtergronden. Tal van factoren waar seksualisering mogelijk mee samenhangt, zijn onder de loep genomen, zoals seksueel (grensoverschrijdende) attitudes en gedrag, ongelijkheid tussen jongens en meisjes, lichaamsbeeld, zelfobjectivering (overmatige aandacht voor het eigen uiterlijk) en psychosociaal welzijn. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat mediagebruik een rol speelt in de opvattingen en het gedrag van jongeren. Jongeren die meer media consumeren, besteden meer (overmatige) aandacht aan het uiterlijk, maar hebben daarentegen ook een positiever lichaamsbeeld. Ook is het zo dat jongeren die vaker pornografische media vaker gebruiken, meer ervaring hebben met seks in het algemeen en met controversiële seks (?seks om de seks, ruilseks, cyberseks) en grensoverschrijdende vormen van seks in het bijzonder. Jongens die meer naar porno kijken hebben vaker permissieve opvattingen over seks en stereotiepe opvattingen over jongens en meisjes: ze zeggen bijvoorbeeld vaker dat meisjes ?hoeren? zijn en jongens ?players? en vinden vaker dat jongens maar één ding willen (seks). Het maakt hierbij uit of jongeren de mediabeelden realistisch (?echt?) en relevant (leerzaam, nuttig) vinden, of ze het leuk vinden wat ze zien en of ze zichzelf ermee identificeren (vergelijken). Autochtone meisjes die zichzelf meer met de media vergelijken, hebben een lager gevoel van eigenwaarde. Jongens en meisjes met een Turkse of Marokkaanse achtergrond die dit doen, rapporteren meer gevoelens als angst en depressie. Jongeren hebben daarnaast meer seksuele ervaring, ze denken positiever over permissief, grensoverschrijdend of controversieel seksueel gedrag, en ze rapporteren meer negatieve, stereotiepe opvattingen over jongens en meisjes, wanneer ze hoger scoren op realisme, relevantie en identificatie. Daarnaast spelen ook de ouders en vrienden een rol. Wanneer jongeren gelovig zijn opgevoed, hebben ze minder interesse in en ervaring met seks, ook met grensoverschrijdende vormen van seks. Autochtone jongens die meer steun ervaren van de ouders en die aangeven dat de ouders op de hoogte zijn van waar ze zijn en met wie, hebben een positiever lichaamsbeeld, minder emotionele problemen en meer eigenwaarde. Wanneer seksuele ervaring en er goed uitzien belangrijk worden gevonden in de vriendengroep en wanneer jongeren druk ervaren van vrienden om het uiterlijk te verbeteren, besteden ze meer (overmatige) aandacht aan het uiterlijk. Jongens die vaker met vrienden over seks praten en die aangeven dat seksuele ervaring, een goed uiterlijk en het kijken naar seksueel getinte beelden belangrijk zijn in de vriendengroep, denken negatiever en meer stereotiep over de rollen van mannen en vrouwen op seksueel gebied. Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren lijken een risicogroep te vormen. Met vrijwel alle uitkomstmaten zijn de verbanden met mediagebruik en de perceptie van mediabeelden voor deze groep het sterkst. Ouders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond doen relatief veel aan media-opvoeding, maar niet op een manier die positief uitwerkt, namelijk door mediabeelden te bekritiseren en weg te zappen. Over seksualiteit wordt juist weer veel minder gesproken in deze gezinnen. Marokkaans-Nederlandse en Turks-Nederlandse jongens geven vaker aan druk te ervaren in de vriendengroep om er goed uit te zien of seksuele ervaring te hebben. Deze druk hangt vervolgens samen met meer emotionele problemen in deze groep. Ook zijn de negatieve stereotiepe opvattingen over genderrollen het sterkst bij zowel jongens als meisjes met deze etnische achtergrond. Autochtone meisjes vormen een risicogroep als het gaat om psychosociaal welzijn. Ze zijn bijvoorbeeld minder tevreden over het eigen uiterlijk en rapporteren een lager gevoel van eigenwaarde dan andere meiden. Voor de jongeren met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond bestaan opvallend weinig verbanden met mediagebruik. De richting van de hierboven beschreven verbanden is ? doordat er slechts eenmalig een meting heeft plaatsgevonden ? niet duidelijk. Het kan zijn dat de media invloed hebben op bovengenoemde gedragingen, gedachten en gevoelens, maar het is evengoed mogelijk dat jongeren die media selecteren omdat zij aansluiten bij hun behoeften. Ook beide aannames kunnen waar zijn. Een tweede meting is noodzakelijk, willen we iets kunnen zeggen over ?de kip en het ei?.

Related organisations

Other involved organisations

E-Quality

Related people

Researcher C. van Egten
Researcher S. de Hoog
Project leader Dr. J.C. de Graaf

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation