KNAW

Research

Study of the life cycle of Ditylenchus dipsaci in especially daffodil for...

Pagina-navigatie:


Update content


Title Study of the life cycle of Ditylenchus dipsaci in especially daffodil for the development of optimal sampling and culturing methods
Period 01 / 2010 - 12 / 2011
Status Completed
Research number OND1340578

Abstract

Description:
The stem nematode Ditylenchus dipsaci causes a quarantine disease in flower bulbs. To study this nematode in order to obtain knowledge for optimal sampling conditions and moments, information about its life cycle in the host plant and optimal culturing methods in outside containers is a prerequisite. However, information about this is lacking, thus hampering research to detect races of this species, its range of host plants and methods to eliminate this nematodes form plants and soil.

Research objectives:
The aim of this project is to develop a model of its life cycle in flower bulb crops, especially in daffodil. By studying the presence of D. dipsaci in numbers, the localization in daffodil (but also later in tulip and hyacinth) during the growing season and to optimalize the infection rate and research to control this Q-organism will be made possible.

Abstract (NL)

Doel
Ditylenchus dipsaci (stengelaaltje) is een quarantaineziekte in bloembolgewassen. Deze veroorzaakt niet alleen aanzienlijke economische schade, maar bedreigt ook eenmaal besmette percelen door zijn persistente aanwezigheid. Een groot probleem is het goed bemonsteren van deze nematode, vooral in plantmateriaal. Er is weinig bekend hoe de levenscyclus onder normale omstandigheden (in een waardplant) verloopt qua moment in de tijd, lokalisatie in de plant, aantallen. Dit bemoeilijkt analyse van andere planten die mogelijk waardplant zijn. Door het verschillende gedrag van D. dipsaci in bv. narcis en tulp (er lijken zg. rassen te bestaan) is het zeer moeilijk goed experimenten uit te voeren wanneer er niet meer bekend is over de levenscyclus en de ecologie van deze nematode. Het doel van dit onderzoek is de beantwoording van de vraag: wat is de levenscyclus van D. dipsaci in de waardplant narcis (eventueel: tulp, hyacint, andere gewassen) jaarrond, met name in en rond de bol ten einde een betere bemonstering mogelijk te maken?

Werkwijze
Werkplannen: op een met D.dipsaci geïnfecteerde proefopstelling (ingegraven containers) zullen mandjes met waardplanten worden ingegraven, en jaarrond bemonsterd worden op aantallen D.dipsaci in de grond rondom de bol, in de bol (wortels, neus, rokken) en stengelaanzet. Dit zal voornamelijk binnen het teeltseizoen (maart-juli) plaatsvinden, met hierna metingen naar het verloop van D.dipsaci na het rooien. Als controle zullen braakliggende containers worden gebruikt.

Fasering onderdelen van de activiteiten:

- Jaar 1: analyse van met D. dipsaci geïnfecteerde tulpen en narcissen (via grond) jaarrond, samen met de grond
- Jaar 2: analyse met D. dipsaci geïnfecteerde narcissen, herhaling
- Jaar 3: herhaalde of deels herhaalde analyse van narcis, aangevuld met een indicatieve analyse van tulp of hyacint op met D.dipsaci geïnfecteerde grond.

Aanpak, methoden: analyse van stengelaaltjes via 18 s PCR; selectieve monstername van plantendelen, en grond.

Onderzoek: model van cyclus D. dipsaci opstellen in narcis/ander gewas in relatie tot aantallen, tijdstip in het jaar en lokalisatie in en om de bol.

Resultaten
De verwachte resultaten in 2010 zullen zijn de beoordeling van 9 ingegraven proefmanden met tulpen op aanwezigheid/lokalisatie in de plant (stengel/blad, knop en bol), lokalisatie in de proefmand (binnenring, buitenring) via grondbemonstering. De grondbemonstering vindt plaats op 4 verschillende momenten (2 steken per moment per mand): voor de knopvorming, tijdens de bloei, bij het rooimoment en 2 maanden in de bewaring.

De beoordeling wordt uitgedrukt in aantallen stengelaaltjes (individuen, sex, vitaliteit, mogelijkerwijs larvaal stadium/adult). Daarbij wordt ook de afstand die de stengelaaltjes afleggen van de besmette plant naar de andere planten, bepaald (cam/dag).

Eenzelfde (maar kleinschaliger) analyse vindt plaats aan stengelaaltjes in narcis. Deze ligt in een met narcissenstengelaaltjes besmet proefveld waar de verspreiding vanuit een aangetaste narcis naar naburige narcissen wordt gevolgd op 3 momenten in het groeiseizoen (volle bloei, rooien, 2 maanden bewaring).

Als negatieve controle: proefmand zonder waardplant.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. J. van Doorn

Related research (upper level)

Classification

A21000 Agriculture and horticulture
D22400 Ecology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation