KNAW

Onderzoek

Rapportages over de Meierij van 's-Hertogenbosch in de achttiende eeuw...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Rapportages over de Meierij van 's-Hertogenbosch in de achttiende eeuw Aspecten van een bestuurscultuur
Looptijd 01 / 2010 - 12 / 2010
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1340590

Samenvatting

In 1724 verlaagden de Staten-Generaal enkele belastingen, nadat gebleken was dat een ernstige economische depressie de Meierij aan de rand van de afgrond had gebracht. De maatregelen van 1724 waren echter ?provisioneel?; zij golden voor een bepaalde periode en konden worden verlengd of gewijzigd. Den Haag resolveerde pas nadat de in de Meierij werkzame belastingontvangers rentmeester der domeinen advies hadden uitgebracht. In 1736 kreeg deze advisering een meer vaste structuur: voortaan moesten de rentmeester der domeinen en de voornaamste belastingontvangers periodiek jaar rapport uitbrengen over de sociaal-economische toestand van de Meierij en de Raad berichten wat er diende te gebeuren met de toegekende kortingen. De rapporten blinken uit door nuance en het streven om de belangen van de Haagse fiscus, die streefde naar een zo hoog mogelijke belastingopbrengst, in evenwicht te brengen met de draagkracht van de Meierij opdat deze niet overbelast zou worden. De studie toont verder aan dat Staats-Brabant in de achttiende eeuw op een andere, meer humane wijze bestuurd werd dan daarvoor, dat Den Haag na 1700 overging tot delegatie van bevoegdheden zonder de teugels uit handen te geven en dat de autonomie van de lokale overheden in Staats-Brabant na 1724 nog verder werd ingeperkt, dus lang voordat dit in 1805-1806 op landelijke schaal zou gebeuren. In dit opzicht was, althans in het grootste Generaliteitsland, de Bataafse periode minder een cesuur dan tot nu toe werd aangenomen.

Samenvatting (EN)

In 1724 the Estates General dimished several taxes levied in the Meierij of ?s-Hertogenbosch, that was part of Staats-Brabant, the northern part of the duchy of Brabant that was transferred to the Republic by the Treaty of M√ľnster in 1648. It was obvious in 1724 that a serious economic depression had plunged the area into a deep crisis. The measures taken in that year, however, were ?provisional?; they were valid for a certain period and could be continued, abolished or adapted. The central government of the Republic in The Hague only decided, however, after tax officers working in the Meierij had submitted their opinions and considerations to the Raad van State (Council of State). These written reports got a more permanent structure in 1736: regional tax officers were ordered to submit reports periodically about the social and economic conditions in the Meierij. The reports had to contain an advice which measures had to be taken with regard to taxation. The reports are a valuable source for historical research as they are full of interesting information and tell us a lot of how the ?direct rule? from The Hague really worked. The civil servants did their best to maintain an equilibrium between the interests of the Meierij and the financial position of the central government. They tried to prevent overtaxation as that would have desastrous consequences to the population as well as the central treasury. Staats-Brabant was governed in a more humane way in the eighteenth century. The Hague delegated part of its power without, however, loosing its grip. The financial autonomy of the lower strata of government was restricted considerably. This forms a contrast with the other parts of the Republic where this autonomy was reduced not earlier than 1805/1806.

Betrokken organisaties

Penvoerder Huygens ING (KNAW)

Betrokken personen

Projectleider Dr. A.C.M. Kappelhof

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie