KNAW

Onderzoek

Primair onderwijs - kinderopvang - peuterspeelzaal. Een onderzoek naar de...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Primair onderwijs - kinderopvang - peuterspeelzaal. Een onderzoek naar de bestuurlijk juridische vormgeving van samenwerking
Looptijd 10 / 2010 - 11 / 2010
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1341958
Leverancier gegevens Onderzoeker

Samenvatting

Dit rapport beschrijft de wijze waarop samenwerking tussen scholen voor primair onderwijs, kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen tot stand kan komen en bestuurlijk-juridisch kan worden vormgegeven. Scholen voor primair onderwijs, kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen zijn allen betrokken in het domein van voor- en vroegschoolse educatie en voor-,tussen- en naschoolse opvang. Deze partijen zoeken in toenemende mate samenwerking op om inhoudelijke en synergievoordelen te behalen. Elke organisatie neemt in zijn streven naar samenwerking zijn eigen doelen, belangen en verplichtingen mee die voortvloeien uit het wettelijk kader (verantwoordelijkheden, juridische vormgeving, fiscale regimes, cao?s). Tegen die achtergrond rijzen vragen van procesmatige en praktische aard. Het rapport beoogt partijen inzicht te verschaffen in het proces en vormgeving van (het aangaan dan wel uitbreiding van) samenwerking. Proces van samenwerking : Een zorgvuldig proces van samenwerking biedt partijen houvast en vertrouwen in het gezamenlijk te bereiken resultaat. Dit kenmerkt zich door het nemen van de goede besluiten op het juiste moment. Het proces bestaat daarom uit een aantal fasen, die elk worden afgesloten met een besluit waarop in de volgende fase wordt voortgebouwd. In elke fase komen alle relevante aspecten, zoals doel, inhoud, financiën en bestuurlijk-juridische vormgeving aan bod. Naarmate het proces vordert vindt een verdieping plaats op deze aspecten door ze op meer detailniveau uit te werken. We onderscheiden de volgende fasen: ? De intentionele fase betreft de afweging die moet leiden tot een definitieve beslissing om daadwerkelijk te gaan samenwerken en de strategiefase in te gaan. ? De strategiefase betreft het bepalen van de strategie van de samenwerking en kent vaak het karakter van een vooronderzoek. Resultaat is het besluit van partijen om al dan niet (of met een kleiner aantal partijen) door te gaan met de planfase. ? In de planfase worden de hoofdlijnen die het resultaat vormden van de strategiefase uitgewerkt in een integraal ontwerp van de samenwerking. ? In de ontwerpfase worden de plannen uitgewerkt tot op het detailniveau dat nodig is om te kunnen gaan implementeren. ? In de implementatiefase wordt het implementatieplan uitgevoerd. Modellen voor samenwerking : Het doel en strategie van samenwerking leiden per geval tot lichte, intensieve of integrale samenwerking. Elk van deze typen samenwerking is uitgewerkt in één of meer bestuurlijk-juridische modellen. Van lichte samenwerking is sprake wanneer binnen de keten vooral praktische afspraken gemaakt worden om de keten goed op elkaar te laten aansluiten. De samenwerking kan als doel hebben om de kwaliteit of omvang van het aanbod te vergroten door middel van afstemming en/of elkaar informeren. Partijen voeren in hun eigen organisaties de gemaakte afspraken uit. Deze samenwerking worden vormgegeven door het vastleggen van de afspraken in een convenant of overeenkomst. Er is sprake van een intensieve samenwerking wanneer partijen ook samen inhoudelijk beleid maken en uitvoeren. De samenwerking kan als doel hebben de kwaliteit of omvang van het aanbod te vergroten en/of om efficiëntie- en effectiviteitsvoordelen te behalen. Dit vindt plaats door samen te werken op het niveau van ondersteunende diensten (personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, administratie, communicatie en/of huisvesting) en op inhoudelijk beleid. Er zijn drie vormgevingsvarianten te onderscheiden: a. De samenwerking gaat uit van onderlinge dienstverlening tussen de drie partijen die plaats vindt vanuit elk van de autonome organisaties. Een organisatie verricht een ondersteunende taak mede ten behoeve van zijn samenwerkingspartners. Daarnaast vindt samenwerking op de inhoud plaats. Dit samenwerkingsverband wordt vormgegeven met behulp van een overeenkomst tussen de peuterspeelzaal, de kinderopvangorganisatie en de school. b. De samenwerking gaat uit van gezamenlijke uitvoering van de ondersteunende diensten en het maken van inhoudelijk beleid. Dit krijgt vorm door het oprichten van een nieuwe organisatie, een (coöperatieve) vereniging waarvan partijen gezamenlijk eigenaar zijn. De eigen organisaties blijven daarnaast autonoom opereren. Zij zijn opdrachtgever van de nieuwe organisatie omdat zij daar diensten van afnemen. c. De samenwerking gaat uit van een integrale uitvoer van kinderopvang en peuterspeelzalen op een locatie of voor de totale organisaties. Er vindt geen onderlinge dienstverlening van de nieuwe organisatie in de richting van de samenwerkingspartners plaats. Alle activiteiten ten behoeve van het voorzien in voorschoolse, tussenschoolse, naschoolse opvang, dagopvang en (onder voorwaarden) peuterspeelzaalwerk vinden plaats vanuit gezamenlijke aansturing. Dit krijgt vorm door de oprichting van een stichting van waaruit de samenwerking plaats zal vinden. Bij integrale samenwerking is sprake van het duurzaam en structureel verhogen van de kwaliteit van het aanbod, het vergroten van het aanbod en/of het behalen van financiële voordelen. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de integrale samenwerkingsvorm is afhankelijk van de doelen en de strategie, maar zullen in ieder geval bestaan uit een flexibele inzet van personeel, het management in één hand en gezamenlijke groepen. Onder deze variant vallen de integrale kindcentra. De vormgeving gaat uit van een concern, bestaande uit drie rechtspersonen. Aanbevelingen en knelpunten Wij hebben een aantal aanbevelingen en knelpunten in wet- en regelgeving geformuleerd in het kader van samenwerking. 1. Het is wenselijk om te komen tot één CAO die op alle typen medewerkers van toepassing is, of toepassing van één van de CAO?s eenvoudiger te faciliteren dan wel standaardiseren. 2. Het zou baten als de invloed van de gemeente op een andere wijze mogelijk gemaakt kan worden behalve door de benoeming van de gehele raad van toezicht dan wel de bestuurder van een openbare school. De huidige invloed van de gemeenteraad kan voor een openbare school belemmerend werken in de totstandkoming van samenwerking met kinderopvang en peuterspeelzaal. 3. Er dient duidelijkheid te worden verschaft of een openbare school alleen maar onderwijs mag verzorgen (in tegenstelling tot andere activiteiten) of alleen maar openbaar onderwijs verzorgen (in tegenstelling tot bijzonder onderwijs). Dit leidt al dan niet tot de juridische mogelijkheid om een school voor openbaar onderwijs en kinderopvang/peuterspeelzaal in één rechtspersoon vorm te geven. 4. De Europeesrechtelijke aanbestedingsregels hebben een grote invloed op de vormgeving van samenwerking tussen primair onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzalen. De grootste angel daarbij is het feit dat twee van de drie partijen (doorgaans) kunnen worden gekwalificeerd als aanbestedende dienst en één als private partij. Dit maakt de vormgeving van samenwerking complex. Tegelijkertijd dient te worden gerealiseerd dat Nederland wijziging van Europese regelgeving niet zelfstandig kan bewerkstelligen.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderzoeker P. Dekkers
Onderzoeker Mr. V. Overmeer
Onderzoeker Mr. M.C. de Voogd
Projectleider Mr.drs. L. Huntjens

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie