KNAW

Onderzoek

Op weg naar 1000 gram groei fase 2

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Op weg naar 1000 gram groei fase 2
Looptijd 01 / 2009 - 12 / 2013
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1342631

Samenvatting

Probleemstelling / Aanleiding:
Voor het project Op weg naar 1.000 gram groei zijn in fase 1 zes vleesvarkensbedrijven bezocht die behoren tot de topbedrijven in Nederland ten aanzien van groeisnelheid (groei hoger dan 850 g/d) en voederconversie (voederconversie lager dan 2,5). Op basis van deze bedrijfsbezoeken zijn een aantal mogelijke succesfactoren voor de goede technische resultaten benoemd (zie rapport 272 Op weg naar 1.000 gram groei: Inventarisatie op een aantal vleesvarkensbedrijven ). Daarnaast zijn aspecten benoemd die nog verbeterd kunnen worden op de bezochte bedrijven. De drie belangrijkste verbeterpunten op de zes bedrijven om 1.000 gram groei en een goede voederconversie te realiseren zijn: 1) voeding (voersamenstelling en voerstrategie); 2) kwaliteit biggen; 3) interne en externe biosecurity. In overleg met de stuurgroep zijn voor fase 2 van het project onderzoeksvoorstellen uitgewerkt op het gebied van voeding en kwaliteit big. Voeding richt zich enerzijds op onderzoek naar voeders met een aangepaste grondstoffensamenstelling en een optimale nutriëntensamenstelling en anderzijds op de ontwikkeling van nieuwe voersystemen. De voersystemen waarmee vleesvarkens in Nederland worden gevoerd zijn namelijk al decennia hetzelfde. Het is zeer gewenst om nieuwe systemen te ontwikkelen waarmee het mogelijk is om 1000 gram groei en een goede voederconversie te realiseren. Een van de aspecten waar naar gekeken zal worden is het aantal vreetplaatsen.
Wat betreft de kwaliteit van de opgelegde big bleek dat geen van de zes bezochte ondernemers hierover tevreden was. Op geen van de bedrijven was de leeftijd van de opgelegde biggen en de spreiding in leeftijd en gewicht van de biggen bekend. De geschatte spreiding in opleggewicht en oplegleeftijd binnen een afdeling/hok was op alle bedrijven respectievelijk meer dan 5 kg en meer dan 2 weken.

Doelstelling
In fase 1 van het project is in kaart gebracht wat de belangrijkste redenen zijn waarom de vooruitgang in technische kengetallen in de vleesvarkenshouderij stagneert. Het doel van fase 2 is oplossingen aangeven die er voor zorgen dat de komende jaren de technische resultaten wel verbeteren resulterend in een optimale groei en voederconversie en een maximaal economisch rendement

Motivering van de onderzoeksinstelling
a) Onderzoek naar grondstoffen- en nutriëntensamenstelling
Een goede kwaliteit van de grondstoffen en van het totale voer en optimale gehalten aan nutriënten zijn belangrijk om goede technische resultaten te halen. Daarnaast is het voor goede technische resultaten belangrijk dat de voeropname van de dieren zo ongestoord mogelijk verloopt en dat er geen dip in de voeropname is bij bijv. voeroverschakelingen. Om een hoge groei met een gunstige voederconversie te behalen moeten vleesvarkens veel eiwit aanzetten. Voor een hoge eiwitaanzet zijn veel darmverteerbare aminozuren nodig. Mogelijk kunnen de groei en voederconversie dus verbeterd worden door het gehalte aan darmverteerbare aminozuren te verhogen in de vleesvarkensvoeders. Een ongestoorde voeropname kan mogelijk gerealiseerd worden door er voor te zorgen dat de grondstoffen in het startvoer, tussenvoer en eindvoer zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zijn. In een proef op VPB Sterksel zal het effect van grondstoffensamenstelling en van aminozuurgehalte in het voer op de technische resultaten en slachtkwaliteit onderzocht worden. Omdat dezelfde vragen spelen bij het onderzoek Stoppen met castreren zullen beide projecten gecombineerd worden.

b) Onderzoek naar voersystemen
De voersystemen in de vleesvarkenshouderij zijn al jaren hetzelfde. Daarnaast zijn ook de technische resultaten van de vleesvarkens de laatste jaren stabiel of zelfs licht dalende. Het is de vraag of de huidige generatie voersystemen nog tegemoet komt aan de eisen van de huidige varkens. Mogelijk dat door nieuwe voersystemen het technisch resultaat in de vleesvarkenshouderij verbeterd kan worden. Op basis van deze vraag is een visiedocument opgesteld waarin onder andere een aantal nieuwe voersystemen zijn geïntroduceerd. Op verzoek van de stuurgroep 1000 gram groei zijn vervolgens binnen dit projectonderdeel de volgende voersystemen verder uitgewerkt:

A Jong geleerd, oud gedaan : Biggen worden reeds in de kraamstal getraind om voer op te nemen met een voersysteem. Vervolgens wordt dit voersysteem gedurende het gehele houderijtraject ingezet. Naast het voersysteem worden in dit onderdeel ook andere methoden onderzocht om te bepalen of varkens ook op andere wijze uitgedaagd worden om voer op te nemen (bijvoorbeeld via geluid). Het onderdeel in de kraamstal en biggenopfok van dit project kan mogelijk mede gefinancierd worden uit het gezondheidsproject met betrekking tot streptococcen. De achterliggende vraag is of vooral de overgangen van voersystemen een negatief effect hebben op de resultaten bij de vleesvarkens.

B Voeren op maat : Er wordt een individueel voersysteem voor vleesvarkens ontwikkeld. Geprobeerd wordt om elk vleesvarken te voeren op een eigen voercurve. De achterliggende vraag is of vooral het verschil in voeropname tussen de dieren in een groep een negatief effect heeft op de technische resultaten.

C Voeren via een lange trog : Er wordt een systeem ontwikkeld voor het voeren van droogvoer aan vleesvarkens via een lange trog. De ontwikkeling van het systeem is gericht op de technische aspecten en op het management eromheen. Bijvoorbeeld het aantal keren voeren per dag en het beschikbaar stellen van drinkwater. Mogelijk dat het gelijktijdig vreten zorgt voor een betere uniformiteit en technische prestaties. Uit de bedrijfsbezoeken komt dit ook als een mogelijke succesfactor naar voren.

Probleemeigenaren / belanghebbenden
De probleemeigenaren zijn vleesvarkenshouders. Van een aantal toeleverende bedrijven wordt een stuk techniekontwikkeling en kennisinput gevraagd om de systemen te ontwikkelen

Stand van Zaken
a) Onderzoek naar grondstoffen- en nutriëntensamenstelling
Uit recent niet gepubliceerd onderzoek met SPF varkens blijkt dat de technische resultaten mogelijk verbeterd kunnen worden door de grondstoffensamenstelling in startvoer, tussenvoer en eindvoer beter op elkaar te laten aansluiten. De reden van die verbetering is echter niet duidelijk.
Mogelijk speelt de vertering van het voer hier een rol in. Daarom zullen in dit onderzoek mestmonsters genomen worden. Daarnaast zal geprobeerd worden de grondstoffen nog verder op elkaar af te stemmen.
De normen voor aminozuren in voer voor vleesvarkens zijn circa 15 jaar geleden vastgesteld. Het is de vraag of deze normen nog steeds geldig zijn voor de huidige varkens en of ze niet beperkend zijn voor het behalen van een hoge groei en een gunstige voederconversie. Daarom zullen de gehalten aan aminozuren verhoogd worden in dit onderzoek.

b) Onderzoek naar voersystemen
In het onderzoek is al enigszins ervaring in het individueel voeren van vleesvarkens als onderzoekstool maar niet als managementsysteem / praktijksysteem. Deze kennis wordt in het project gebruikt. Voor wat betreft de andere onderdelen is een ontwikkelings- en innovatieslag te maken.

Werkwijze
a) Onderzoek naar grondstoffen- en nutriëntensamenstelling
Dit onderzoek wordt gecombineerd met het project Stoppen met castreren: onderdeel bedrijfsvoering . In het onderzoek worden zeugen, borgen en beren opgelegd. De volgende behandelingen worden vergeleken:
1) Vleesvarkens (zeugen, borgen en beren) krijgen een controlevoer (startvoer, tussenvoer en eindvoer) verstrekt waarin, zoals gebruikelijk in de praktijk, veel variatie in grondstoffen zit en waarin diverse eiwitbronnen zijn opgenomen. De grondstoffensamenstelling van de voeders is niet op elkaar afgestemd.
2) Vleesvarkens krijgen een startvoer, tussenvoer en vleesvarkensvoer verstrekt waarin met name de granen gerst, tarwe en mais en als eiwitbron sojaschroot opgenomen worden. De grondstoffensamenstelling van het startvoer, tussenvoer en vleesvarkensvoer worden goed op elkaar afgestemd.
3) Vleesvarkens krijgen hetzelfde voer als de dieren in behandeling 2 maar dan met een 10% hoger gehalte aan darmverteerbare aminozuren.

In totaal worden negen behandelingen met elkaar vergeleken. Per behandeling worden acht herhalingen uitgevoerd. Per hok worden 12 vleesvarkens opgelegd.
Als uitleesparameters worden technische prestaties (groei, voederconversie, voeropname, slachtresultaten, veterinaire behandelingen en uitval) en bij de beren berengeur aan de slachtlijn. Hiervoor dienen de volgende waarnemingen te worden uitgevoerd:
- Iedere twee weken vindt een tussenweging plaats
- Vanaf ongeveer 60 kg lichaamsgewicht wordt ook iedere twee weken spekdikte gemeten
- Er worden mestmonsters genomen (direct uit het dier) om de vertering te bepalen. Hiervoor wordt tijdens iedere voerfase (start- tussen- en afmestvoerfase) eenmalig van drie dieren per hok een monster genomen.
- Eindweging van de dieren die geleverd worden op dag voor/van levering
- Op basis van de tweewekelijkse gewichten en spekdiktes wordt door IPG de eiwitaanzet en de vetaanzet berekend.
- Mogelijk worden een aantal dieren geslacht en chemisch geanalyseerd om de gehalten aan eiwit en vet te berekenen. Hiermee worden de berekeningen van IPG gevalideerd.
- Mogelijk dat met behulp van een nieuw camerasysteem van Fancom de spreiding in gewichten voor een paar hokken per proefbehandeling gemeten kan worden.

De volgende resultaten worden opgeleverd:
- Het is duidelijk of voeders bestaande uit granen en goede eiwitbronnen en met een goede afstemming tussen startvoer, tussenvoer en vleesvarkensvoer tot betere technische en economische resultaten leiden dan de gangbare voeders voor vleesvarkens.
- Adviezen over gewenste voersamenstelling en gewenste aminozuurgehalten in het voer om de technische resultaten te optimaliseren.
- Inzicht in de hoeveelheid eiwit en vet die borgen, zeugjes en beren aan kunnen zetten in de verschillende gewichtstrajecten

b) Onderzoek naar voersystemen
Voor de drie voersystemen zijn verschillende projectactiviteiten gepland.

A. Jong geleerd, oud gedaan : Voor dit onderdeel moet in eerste instantie een prototype ontwikkeld worden. Vervolgens zal dit prototype verder doorontwikkeld moeten worden tot een praktijkrijp concept. Vooral de vraag hoe snel gaan biggen vreten is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Dit zal naast het ontwikkelen van hardware ook het ontwikkelen van een methode zijn om biggen en vleesvarkens te stimuleren om snel voer op te nemen. In dit onderdeel wordt alleen de ontwikkeling meegenomen. De validatiefase zal in een vervolgonderzoek uitgewerkt worden.
B. Voeren op maat : In eerste instantie wordt via een snelle inventarisatie gekeken hoe vleesvarkens in het onderzoek individueel gevoerd worden. Op basis hiervan wordt een prototype gebouwd. Dit prototype wordt vervolgens doorontwikkeld. Vooral het realiseren dat elk dier het eigen voer opneemt is hierbij belangrijk. In dit onderdeel wordt alleen de ontwikkeling meegenomen. De validatiefase zal in een vervolgonderzoek uitgewerkt worden.
C. Voeren via lange trog : Het voeren via een lange trog kan technisch relatief snel ontwikkeld worden. De verdeling van het voer over de trog kan een aandachtspunt zijn. Een aantal managementvragen moeten eveneens nog wel ingevuld worden zoals aantal voerbeurten en methode van watergift. Na de korte ontwikkelfase kan gestart worden met een validatie. De validatie wordt gecombineerd met het onderzoek met betrekking tot beren en voersamenstelling en is geen onderdeel van dit voorstel.

werkwijze / tijdsplanning:
a) Onderzoek naar grondstoffen- en nutriëntensamenstelling
De waarnemingen kunnen in vier rondes worden uitgevoerd op Varkensproefbedrijf Sterksel. In totaal zijn acht afdelingen met 12 hokken voor 12 dieren nodig. Per afdeling worden 9 hokken gebruikt voor het onderzoek. De voorbereidingen voor de proef (maken van de proefvoeders etc.) start in januari 2010. De proef in de stallen start in februari 2010 en zal in september 2010 afgerond worden. In het laatste kwartaal van 2010 worden de resultaten geanalyseerd en gerapporteerd.

b) Onderzoek naar voersystemen
Voor het project is de volgende werkwijze en tijdsplanning opgesteld. Omdat het project voor een groot deel een innovatieproject betreft en sterk afhankelijk is van doorbraken is de tijdsplanning sterk indicatief.

Begeleiding / projectorganisatie:
Het project wordt begeleid door de stuurgroep Op weg naar 1000 gram groei. Hierin zijn het PVV, 2 varkenshouders namens LTO en 2 varkenshouders namens NVV vertegenwoordigd.

Producten
Van het onderzoek zullen diverse rapporten gemaakt worden. Het onderzoek levert adviezen over gewenste voersamenstellingen en aminozuurgehalten. Daarnaast zullen al tijdens de uitvoering inspirerende inleidingen gehouden worden om varkenshouders uit te dagen om mee te innoveren/denken over de nieuwe voersystemen. Het bedrijfsleven levert input in het project door het leveren van materialen en aanpassingen door te voeren om de systemen verder te ontwikkelen. Tevens zal het onderzoek in openbaarheid plaatsvinden zodat er geen kennispositie opgebouwd kan worden. Tot slot levert het onderzoek adviezen hoe de kwaliteit van biggen verbeterd kan worden.

Kennisoverdracht
De denklijn en uitkomsten van het onderzoek worden in overleg met de stuurgroep op weg naar 1000 gram groei gedeeld met de pers en met varkenshouders en hun adviseurs, tijdens rapporten, PVV nieuwsberichten, artikelen in vakbladen, inleidingen en excursies aan Varkensproefbedrijf Sterksel

Betrokken organisaties

Betrokken personen


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie