KNAW

Research

Deskstudie naar het effect van maatregelen op het gebied van voeding,...

Pagina-navigatie:


Update content


Title Deskstudie naar het effect van maatregelen op het gebied van voeding, huisvesting en management op de NH3 emissie bij leghennen, vleeskuikens, kalkoenen en eenden (NL)
Period 01 / 2010 - unknown
Status Current
Research number OND1342642

Abstract (NL)

Probleemstelling / Aanleiding:
Vanaf 2013 dienen alle veehouderijbedrijven te voldoen aan de grenswaarden voor ammoniakemissie die gesteld worden in het Besluit Huisvesting. Bedrijven die meer NH3 uitstoten dan deze grenswaarden kunnen maatregelen toepassen om onder het emissieplafond te komen. Op dit moment zijn echter uitsluitend de huisvestingsmaatregelen die in de Rav-lijst staan, erkend als techniek om de NH3 emissie te verlagen. Voor sommige huisvestingssystemen is op dit moment echter helemaal geen NH3-reducerende techniek beschikbaar. Dit speelt met name bij traditionele scharrelbedrijven.

De grenswaarde voor ammoniakemissie zou misschien ook bereikt kunnen worden door een combinatie van voermaatregelen en simpele huisvestings- en/of managementmaatregelen. Voor veehouders die van plan zijn om hun bedrijf op redelijk korte termijn te beëindigen, is het investeren in vergaande huisvestingsmaatregelen geen reëel alternatief. Voor dergelijke ondernemers kan het toepassen van combi-maatregelen een goede optie zijn om toch aan de grenswaarden voor NH3-emissie te kunnen voldoen tegen relatief lage kosten. Daarom is er een grote urgentie, in elk geval voor stoppende bedrijven, om het effect van combi-maatregelen op het reduceren van de ammoniakemissie uit stallen vast te stellen. De pluimveesector heeft WLR en SFR verzocht om op korte termijn een deskstudie uit te voeren naar het effect van gecombineerde voedings-, huisvestings- en managementmaatregelen op de NH3-emissie in pluimveestallen. Perspectiefvolle combinaties van maatregelen zouden dan in een vervolgfase uitgetest en via Tac RAV metingen doorgemeten kunnen worden in praktijkstallen, zodat van deze perspectiefvolle combi-maatregelen ook een emissiefactor vastgesteld kan worden.

Vanuit de literatuur (o.a. Van Vuuren en Jongbloed, 1994) zijn er duidelijke aanwijzingen dat voedingsmaatregelen een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het reduceren van de NH3- emissie. Voedingsdeskundigen verwachten dat bij pluimvee verlaging van het ruw eiwitgehalte in het voer één van de belangrijkste oplossingsrichtingen zal zijn. Ellen e.a. (2005) geven aan dat het mogelijk is via voermaatregelen de ammoniakemissie uit vleeskuikenstallen met 10 60 % te verminderen. Op dit moment is de kennis over de relatie tussen voedingsmaatregelen en NH3- emissie in de pluimveehouderij echter versnipperd en onvoldoende gekwantificeerd. Ook door aanpassingen van management en / of huisvesting is het mogelijk de ammoniakemissie te verminderen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan toevoegingen aan strooisel / mest, keuze van strooiselmateriaal, gescheiden mesten, e.d. Deze maatregelen afzonderlijk zijn vermoedelijk onvoldoende om de grenswaarden te realiseren, maar door combinatie van deze maatregelen wordt deze grenswaarde mogelijk wel gerealiseerd.

Het is goed mogelijk dat het reduceren van de NH3-emissie via combi-maatregelen ook gunstige effecten hebben op de gezondheid van de dieren en daarmee op het antibioticagebruik. Zo kan een lager ruw eiwitgehalte in het voer gunstig zijn voor de darmgezondheid. Een droger strooisel, als gevolg van aangepaste mineralengehalten, lager eiwitgehalte, beter verteerbare grondstoffen, e.d. in het voer, kan resulteren in minder voetzoollaesies, terwijl een lagere NH3- concentratie in de stallucht gunstig kan werken op de gezondheid van de luchtwegen. Omdat de sector voor een grote opgave staat om het antibioticumgebruik te reduceren, zullen de positieve (maar ook eventuele negatieve) neveneffecten van NH3-verlagende combimaatregelen waar mogelijk inzichtelijk gemaakt worden.

doelstelling
Het doel van deze deskstudie is het beschrijven van simpele huisvestings- en managementmaatregelen en voedingsconcepten die een reducerend effect hebben op de ammoniakemissie bij pluimvee (leghennen, vleeskuikens, eenden en kalkoenen), met een zo goed mogelijke kwantitatieve schatting van de effecten op de ammoniakemissie. Daarnaast zullen ook mogelijke positieve en negatieve neveneffecten van deze maatregelen op o.a. diergezondheid, antibioticumgebruik, en performance inzichtelijk gemaakt worden

Motivering van de onderzoeksinstelling
Vanuit hun voedingskundige achtergrond zijn zowel SFR als het cluster Diervoeding van WLR goed in staat om dit project uit te voeren. Het cluster Milieu, Huisvesting en Energie van WLR heeft bovendien veel ervaring met huisvestings- en managementaspecten in relatie tot de NH3-emissie uit stallen.

Probleemeigenaren
Traditionele scharrelstallen, stallen met grondhuisvesting en stoppende ondernemers komen bij alle pluimveesectoren voor. Daarom is de problematiek die in dit voorstel beschreven is, voor alle pluimveesectoren van belang.

Stand van Zaken
In 2005 is op verzoek van het PPE een rapport opgesteld waarin de mogelijkheden om NH3- emissie uit vleeskuikenstallen te reduceren is geïnventariseerd (Ellen et al., 2005). Deze studie kan als uitgangssituatie voor het nu te starten onderzoek gebruikt worden. Voor de andere pluimveesectoren is een dergelijke inventarisatie nog niet eerder uitgevoerd. Ook zullen de resultaten van het onderzoek bij SFR naar de relatie tussen het ruw eiwitgehalte in het voer en de ammoniakemissie worden meegenomen in de deskstudie en de deskstudie kan er toe bijdragen dat gevonden reducties in ammoniakemissie bij lagere eiwitgehalten in het voer verklaard kunnen worden. Voor LNV is een plan van aanpak voor onderzoek naar combi-maatregelen in de veehouderij in uitvoering. Dit zal ook meegenomen worden in dit rapport.

Werkwijze
Deskstudie

De onderzoekers zullen de literatuur en resultaten uit eigen onderzoeken gebruiken om de verschillende huisvestings-, management en voedingsconcepten uit te werken. De deskstudie ten aanzien van voeding zal gericht zijn op:
1. Effect van eiwitgehalte
2. Beïnvloeding strooiselkwaliteit/droge stof gehalte:
a. Na/K gehalten
b. Oplosbare niet zetmeel koolhydraten (oplosbare voedingsvezels)
3. Fermenteerbare koolhydraten (koolhydraten die door bacteriën worden afgebroken)
4. Effecten zuur-base evenwicht (waarmee de zuurgraad van het bloed beïnvloed wordt)
5. Toevoegmiddelen (o.a. enzymen, kleimineralen, yucca-extracten)
6. Ammoniakbinders (kleimineralen)
7. Effect van voersamenstelling op mestdroging
8. Gebruik van coccidiostatica

De deskstudie ten aanzien van simpele huisvestings- en managementmaatregelen zal o.a. gericht zijn op:

1. Afleverstrategie
2. Toevoegmiddelen aan de mest / strooisel
3. Strooiselmanagement (o.a. gebruik snijmaïs; vervangen strooisel)
4. Verkleining van het emitterend strooiseloppervlak
5. Minder dieren in de stal; afdelingen leeglaten; langere leegstand
6. Gebruik mobiel voer- en drinksysteem (ScanFeeder)
7. Drinkwatersysteem
8. Toepassing watergordijn / waterverneveling
9. Toepassing warmtewisselaar
10. Toevoegingen aan drinkwater
11. Beluchting mest/strooisel met stallucht
12. Gescheiden mesten (hanen en hennen gescheiden opzetten)

Tevens zal aangegeven worden wat de neveneffecten zijn ten aanzien van:
1. Effect op productie
2. Kwaliteit dierlijke producten
3. (Darm)gezondheid en antibioticagebruik
4. Effect op andere emissies (geur, broeikasgassen, stof)

Ten aanzien van simpele huisvestings- en managementmaatregelen zullen ook mensen uit de praktijk worden geraadpleegd voor mogelijke aanvullingen op de hiervoor genoemde opties.

De consequenties en effecten van deze opties zullen voor de verschillende categorieën pluimvee worden besproken. De grootte van deze effecten op de NH3-emissie wordt zo goed mogelijk geschat. Daarnaast worden de prijsconsequenties van de voorgestelde voer-, huisvestings- en managementaanpassingen doorgerekend. Ook effecten van deze aanpassingen op bijvoorbeeld darmgezondheid, droge stof strooisel, voetzoollaesies, uitwendige kwaliteit zullen worden meegenomen in deze studie.

Werkwijze
Een eerste concept kan 3 maanden na opdrachtverstrekking aan de opdrachtgevers worden voorgelegd

Begeleiding
Voor het voedingsgedeelte zullen SFR en WLR de taakverdeling onderling vaststellen. Een definitieve taakverdeling wordt bepaald na gunning van deze opdracht, waarbij beide instellingen 50% van de middelen voor het voedingsgedeelte toebedeeld krijgen. Daarnaast zal SFR 12 uur besteden aan het doorrekenen van de consequenties van voeraanpassingen voor de kostprijs ervan. De deskstudie naar huisvestings- en managementmaatregelen zal volledig door WLR worden uitgevoerd.
De beide instituten beoordelen elkaars bijdragen voordat deze in een gezamenlijk rapport aan de opdrachtgevers worden aangeboden. Vanuit de opdrachtgevers wordt een begeleidingscommissie ingesteld, waarin elke (grote) Klankbordgroep is vertegenwoordigd. Deze commissie volgt en beoordeelt de inhoud en voortgang van het project. Deze commissie is aanspreekpunt voor de onderzoeksinstellingen.

Producten
Deze studie moet duidelijk maken welke huisvestings-, management en voedingsconcepten direct toepasbaar zijn en welke aspecten aanleiding geven tot vervolgonderzoek

Kennisoverdracht
De resultaten worden gerapporteerd in een gezamenlijk Nederlandstalig rapport en in een artikel gericht op de doelgroep (Pluimveehouderij).

Related organisations

Related people

Researcher Dr.ir. A.J.A. Aarnink
Researcher Ing. H.H. Ellen
Researcher Ing. J. van Harn
Researcher Ir. M.C.J. Smits
Project leader Dr.ing. T. Veldkamp

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation