KNAW

Onderzoek

Bestrijden van Streptococcus suis bij gespeende biggen via...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Bestrijden van Streptococcus suis bij gespeende biggen via voersamenstelling, voermanagement en voertechnologie
Looptijd 01 / 2010 - onbekend
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1342655

Samenvatting

Probleemstelling / aanleiding
Streptococcus suis is een bacterie die ernstige ziekteverschijnselen kan veroorzaken bij varkens. S. suis infecties komen veel voor bij varkens, vooral bij gespeende biggen. Uit een recent uitgevoerde enquête onder 50 zeugenhouders blijkt dat er een relatie is tussen voermanagement en uitval door streptococcen (Van der Peet-Schwering e.a., 2008). Naar relaties tussen voersamenstelling, voertechnologie en uitval door streptococcen is niet gekeken in deze enquête. Over het effect van voersamenstelling, voermanagement en voertechnologie (bijv. hardheid van de korrel) op de vermindering van S. suis infecties is weinig bekend. Wel is bekend dat een goede voeropname rond spenen belangrijk is voor een goede darmgezondheid. Een te lage voeropname leidt tot darmschade. Darmschade leidt er o.a toe dat de permeabiliteit van de darmwand toeneemt waardoor er transport van ongewenste stoffen en mogelijk bacteriën plaats kan vinden van het darmlumen door de darmwand heen naar de inwendig organen van het dier (Verdonk et al., 2000). Uit onderzoek van Su et al., (2008) blijkt dat S. suis na spenen in grote aantallen voorkomt in zowel de maag, het jejunum en het ileum terwijl S. suis voor spenen niet voorkwam in de maag en in het jejunuem en ileum slechts in beperkte mate. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat S. suis door de darmwand heen kan (Swildens et al., 2004). Mogelijk vergroot darmschade dus de kans op het optreden van S. suis infecties. Dit zou betekenen dat het optreden van S. suis infecties onder andere verminderd kan worden door te zorgen voor een goede voeropname rond spenen. Een goede voeropname rond spenen wil zeggen dat de biggen voor spenen al voldoende voer opnemen en dat ze na spenen door blijven eten en dat er geen dip in de voeropname ontstaat. Een goede voeropname kan er mogelijk ook voor zorgen dat het dier beter met een S. suis infectie om kan gaan. De voeropname rond spenen kan gestimuleerd worden via voersamenstelling (zowel grondstoffen- als nutriëntensamenstelling als toevoegingen aan het voer), via voermanagement (voerfrequentie en voeroverschakelingen) en voersysteem en voertechnologie (ontsluiting grondstoffen, hardheid van de korrel, maalfijnheid grondstoffen). Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de nieuwste inzichten op deze gebieden.

doelstelling
Het doel is tweeledig:
1) Nieuwe voermanagement strategieën en nieuwe voersystemen ontwikkelen en testen waardoor het aantal S. Suis infecties en het antibioticumgebruik bij gespeende biggen vermindert.
2) Via aangepaste voersamenstellingen en voertechnologie het aantal S. suis infecties en daardoor het antibioticumgebruik bij gespeende biggen verminderen.

Motivering van de onderzoeksinstelling
De Nederlandse varkenshouder besteedt veel aandacht aan het verhogen van de gezondheidsstatus op zijn bedrijf. Daarbij wordt gestreefd naar een zo laag mogelijk antibioticumgebruik. Omdat aanknopingspunten voor een structurele bestrijding van ziekte t.g.v. S. suis op bedrijven ontbreken wordt preventief gebruik gemaakt van antimicrobiële middelen. Dit sluit aan bij de resultaten van recent onderzoek waaruit blijkt dat momenteel een aanzienlijk deel van de antibiotica die aan gespeende biggen gegeven worden, aangewend wordt om S. suis infecties te voorkomen of te bestrijden (Van der Peet-Schwering e.a., 2008). Uit een enquête onder 200 zeugenhouders (Anonymus, 2006) bleek dat 50% van het medicijngebruik bij gespeende biggen bestemd is voor de bestrijding van S. suis. Op vier van de vijf bedrijven werden medicijnen gebruikt tijdens de opfok van biggen. Dit is een ongewenste ontwikkeling, omdat dit kan leiden tot een toename van antibioticaresistentie bij zowel mens als dier.

S. suis is economisch een belangrijke schadepost voor de varkenshouderij. De schade bestaat uit verlies van varkens als gevolg van sterfte, kosten voor behandeling, kosten vanwege verminderde groei en kosten van preventieve maatregelen.

Ook vanuit welzijnsoverwegingen is het belangrijk om de ziekte te bestrijden. Het ziekteverloop is heftig met onder andere hersenvliesontsteking maar ook plotselinge dood van varkens kan optreden.

Probleemeigenaren / belanghebbenden
De varkenshouderij is probleemeigenaar omdat ze schadelijke gevolgen ondervinden van de ziekte t.g.v. S. suis. Daarnaast zijn er de economische gevolgen vanwege preventieve maatregelen die varkenshouders dienen te nemen om sterfte van biggen door S. suis infectie te verminderen. Een hoog gebruik van antibioticum (een regelmatig toegepaste preventieve maatregel bij S. suis problemen) komt het imago van de varkenshouderij niet ten goede.

Het ministerie LNV is probleemhouder omdat de minister van LNV in haar brief van 17 december 2007 over dierziekte beleid (Tweede Kamer 2007-2008, 29 683 nr. 16) aangeeft dat zij wil komen tot een duurzame veehouderij waar de gekozen structuur, logistiek, management, huisvesting en voeding leidt tot gezondere en meer weerbare dieren, met een minimaal gebruik van antibiotica.

Stand van zaken
Door verschillende mengvoerfabrikanten wordt aangegeven dat zij goede ervaringen hebben op praktijkbedrijven met het verminderen van S.suis infecties en vermindering van het antibioticagebruik door een aangepaste voersamenstelling (o.a. Cehave Landbouwbelang in Schakel, augustus 2007; Denkavit, presentatie juni 2007). Goed onderbouwd zijn deze claims overigens niet. Beide mengvoerfabrikanten geven aan dat zij voor een goede gezondheid van de biggen het eiwitgehalte in het voer verlagen maar dat het eiwit wel beter verteerbaar is. Daarnaast worden grondstoffen opgenomen die de maaglediging vertragen, worden zuren en gistcelwanden opgenomen in het voer en vindt de processing van het voer op een andere manier plaats. Dritz et al. (1995) geven aan dat er bij biggen die gechallenged waren met S. suis en die B-glucanen in het voer kregen een interactie is tussen groei van de biggen en weerstand tegen S. suis. De biggen die 0,025% B-glucanen in het voer kregen namen meer voer op en groeiden harder dan de biggen die een controlevoer zonder toegevoegd B-glucanen kregen. In de groep met B-glucanen in het voer stierven echter meer biggen als gevolg van de S. suis infectie. Zowel voersamenstelling, voermanagement als voertechnologie lijken een rol te spelen bij het verminderen van S. suis infecties maar er zijn nog veel onduidelijkheden en vragen. Alledrie moeten ze in orde zijn.

Werkwijze
- Maart april 2010: Korte ontwikkelfase (gesprekken met voedingsdeskundigen en overige deskundigen in binnen- en buitenland en literatuur) naar nieuwe voermanagement strategieën, voersamenstellingen en voertechnologieën waarmee S. suis verminderd kunnen worden. Met deze kennis zullen door het projectteam voeders geoptimaliseerd worden die vervolgens in proeven met gespeende biggen uitgetest worden.
- Maart september 2010: Ontwikkeling en validatie van één of meerdere voermanagement strategieën en van een concreet prototype voor een voersysteem waarmee biggen goed leren eten tijdens zowel de zoog- als opfokperiode en waarmee ze beter door blijven eten na spenen zodat er geen dip in de voeropname is na spenen. Het idee is om zowel de zuigende als de gespeende te voeren via een lange trog zodat ze allemaal tegelijk kunnen eten en het voersysteem herkennen (ze hoeven bij spenen niet een nieuw voersysteem te leren). Via de trog kunnen zowel melk, andere vloeibare producten als droogvoer gevoerd worden. Uit onderzoek van Liesbeth Bolhuis blijkt dat biggen leren eten van de zeug. De trog bevindt zich daarom in de buurt van de voerbak van de zeug en de biggen worden tegelijkertijd gevoerd met de zeug. Het optimale aantal voerbeurten per dag is één van de onderzoeksvragen.
- Mei 2010 december 2011: uitvoeren van dierproeven gericht op: 1) uittesten van nieuwe voermanagement strategieën en het prototype van het voersysteem; 2) voersamenstelling; en 3) voertechnologie. Waar mogelijk worden de drie deelprojecten met elkaar gecombineerd. Het voermanagement is er met name op gericht om via een nieuw voersysteem (biggen allemaal tegelijk laten eten, steeds hetzelfde voersysteem en het voer meerdere keren per dag vers aan te bieden) de voeropname van geboorte tot opleg in de vleesvarkensstal ongestoord te laten verlopen. Daarnaast worden een aantal perspectiefvolle voersamenstellingen en voertechnologieën uitgetest in proeven met gespeende biggen. Bij het optimaliseren van voersamenstellingen zullen geur en smaak van de voeders onder andere rol spelen. Uit onderzoek van o.a. Bruininx blijkt dat biggen die voor spenen al voer opnemen (de eters), na het spenen sneller voer opnemen. Het aantal eters voor spenen willen we o.a. stimuleren door gebruik te maken van geur- en smaakcomponenten die ze herkennen van of via de zeug (gebaseerd op het onderzoek van Liesbeth Bolhuis). Door deze geur- en smaakcomponenten ook na spenen te gebruiken zullen de biggen waarschijnlijk beter door blijven eten na spenen (ze herkennen de geur en smaak) en zullen niet-eters voor spenen mogelijk sneller voer op gaan nemen. Daarnaast wordt ook gedacht aan het verstrekken van melk tijdens de zoogperiode en mogelijk ook nog de eerste dagen van de opfokperiode om de voeropname te stimuleren (gebaseerd op onderzoek van Pluske) en aan een voersamenstelling die de tekorten in de melk aanvult. Herkenning van zowel voersysteem als voer en geur/smaak zijn waarschijnlijk belangrijk om de voeropname van biggen te stimuleren en de biggen goed door te laten na spenen. Bij voertechnologie wordt onder andere gedacht aan ontsluiting van grondstoffen, hardheid van de korrel, korrelgrootte en maalfijnheid van de grondstoffen in het voer. In overleg met deskundigen wordt besproken wat de mogelijkheden zijn om via voertechnologie de voeropname te verhogen. Belangrijke onderzoeksparameters zijn de technische resultaten (voeropname voor en na spenen, groei en voederconversie), het aantal dieren met S. suis infecties, uitval en veterinaire behandelingen. Van gestorven dieren wordt de doodsoorzaak onderzocht. Bij biggen die mogelijk zijn gestorven als gevolg van S. suis wordt bacteriologisch en pathologisch onderzoek uitgevoerd. Tevens zullen aanvullende waarnemingen aan de dieren gedaan worden (zoals bloedonderzoek en mogelijk mestonderzoek) om inzicht te krijgen in het werkingsmechanisme van voermanagement, voersamenstelling en voertechnologie in relatie tot S. suis.

De projectactiviteiten zijn globaal beschreven. Een exacte invulling van de te onderzoeken voersamenstellingen, managementstrategieën etc. moet nog gebeuren. Dit zal in overleg met de begeleidingscommissie van het project gebeuren. De opmerkingen die door de werkgroep N&D van het PDV gemaakt zijn bij het projectvoorstel worden in de begeleidingsgroep bediscussieerd bij het opstellen van de werkplannen zodat we tot overeenstemming komen over de invulling en opzet van de proeven.

Begeleiding
Het projectteam bestaat uit dr. ir. C. van der Peet-Schwering (Wageningen UR Livestock Research), ing. N. Dirkx-Kuiken (VPB Sterksel), drs. R. Raymakers (VC-Someren), dr. H.M.G. van Beers- Schreurs (GD) en dr. H.J. Wisselink (CVI). Het project zal begeleid worden door een begeleidingsgroep waarin de financiers vertegenwoordig zijn. Dit betreft een vertegenwoordiger van LNV, drie vertegenwoordigers vanuit de sector (PVV, LTO en NVV) en drie vertegenwoordigers vanuit het PDV.

Producten
Het project levert de volgende resultaten op:
- Nieuwe voermanagement strategieën en voersystemen voor biggen vanaf een week na geboorte tot een aantal weken na spenen waarmee de biggen beter (door) leren eten resulterend in minder S. Suis infecties.
- Adviezen voor voersamenstellingen en voertechnologieën waarmee het aantal S. Suis infecties verminderd kan worden.

Kennisoverdracht
Kennisoverdracht gaat in overleg met de begeleidingsgroep. Gedacht kan worden aan rapporten en publicaties in vaktijdschriften en peerreviewed tijdschriften

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A22000 Veeteelt
A34700 Diervoedermiddelen
D22100 Microbiologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie