KNAW

Research

Topkwaliteit aardbei telen met 14m3 gas (NL)

Pagina-navigatie:


Update content


Title Topkwaliteit aardbei telen met 14m3 gas (NL)
Period 01 / 2009 - 12 / 2009
Status Completed
Research number OND1343104

Abstract (NL)

Doel Het principe van semi - gesloten telen biedt specifieke kansen voor energiebesparing bij de glasaardbei. In glasteelten wordt in het najaar veel hinder ervaren van te hoge dag- en nachttemperaturen. Door het oogsten en opslaan van de warmte kan de ruimtetemperatuur veel beter beheerst worden en kan de opgeslagen warmte later worden benut. Dankzij de toepassing van Aircobreeze ventilatoren en het sluiten van een energiescherm kan niet alleen een gelijkmatiger klimaat worden bereikt, maar daalt ook de resterende warmte of koude vraag waardoor de benodigde opslagcapaciteit voor warmte en koude beperkt blijft en een aquifer wellicht overbodig is. De koelbehoefte kan zo minimaal mogelijk worden gemaakt door alleen die plantonderdelen te koelen die in temperatuur verlaagd moeten worden. Deze vorm van precisiekoelen kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door gedurende een aantal uren per dag een koelslang of koeltunnel aan te brengen. Door in de nazomer koeling toe te passen wordt de uitgroeiduur van de vruchten langer, waardoor ze groter en zoeter worden. Bovendien kan zo het seizoen verlengd worden. Er is theoretisch berekend dat door deze kwaliteitsverbetering en productieverschuiving een duidelijke financieÌ le meeropbrengst mogelijk moet zijn (De Zwart, 2004). De Limburgse teler de heer M. Dings is een voorloper in de aardbeienteelt. Als lid van het Limburgse telersnetwerk INES pakt hij zaken op rondom energiezuiniger telen die bij andere gewassen al verder ontwikkeld zijn. Hij heeft zelf de helft van zijn huidige bedrijf ingericht om te experimenteren met semi-gesloten teelt, terwijl in de andere helft nog traditioneel wordt geteeld. Tegelijk is hij bezig met 6 hectare nieuwbouw. Door proeven uit te voeren in de speciaal daartoe uitgeruste kas op zijn oude locatie, wil hij kennis over mogelijkheden tot energiebesparing in de aardbeienteelt opdoen en deze vervolgens toe gaan passen op zijn nieuwe bedrijf. Opschaling van kansrijke behandelingen en succesvolle resultaten naar het nieuwe bedrijf van 6 ha, want ook hier zouden behandelingen kunnen worden aangelegd, behoort hierbij ook tot de mogelijkheden. Wageningen UR wil de ondernemer helpen in deze opzet en tevens de ontwikkelde kennis via een klankbordgroep van telers verder verspreiden. Doelstellingen Energiedoelstellingen Bijdrage aan energiedoelstelling - Het onderzoek levert direct een bijdrage aan de energiedoelstelling. De warmte die wordt â geoogstâ , kan later in de teelt worden benut. Van de â geoogsteâ warmte kan volgens schatting 30% energie worden bespaard. In de huidige situatie wordt 40% van alle energie in de glasaardbeienteelt gebruikt om met een minimumbuis het gewas actief te houden. Door de toepassing van de nieuwe inzichten rondom semi - gesloten telen en koeling kan naar verwachting van Marcel Dings deze post met de helft afnemen. We willen in dit project door verdere optimalisatie het energieverbruik verder gaan terugdringen, waarbij de kosten voor de in de teelt noodzakelijke investeringen zullen worden afgewogen. Relevantie - Er wordt globaal 200 ha aardbeien onder glas geteeld. Er is ook bij de teelt van aardbeien een duidelijke tendens naar grotere en zeer moderne glasbedrijven. Deze bedrijven richten zich op leveren van aardbeien van uitstekende kwaliteit (smaak, stevigheid, residu), maar hebben een hoge energierekening. Motieven en belemmeringen voor toepassing - Het telen van aardbeien waarbij gebruik wordt gemaakt van warmte opslag in samenhang met koeling, staat volop bij de telers in de belangstelling door de verwachte reductie van energiekosten, productieverhoging en betere kwaliteit. In hoeverre deze ontwikkeling doorzet is voornamelijk afhankelijk van de rentabiliteit van de teelt. De te ontwikkelen energiezuinige oplossingen zullen daarom moeten worden afgewogen tegen de investeringskosten die hiermee gemoeid zullen zijn. Ook is de aardbeiensector betrekkelijk onbekend met deze nieuwe inzichten. Daarom zal er dus ook een klankbordgroep van aardbeientelers, aangevuld met telers van andere gewassen uit het INES Netwerk worden opgezet voor de kennisverspreiding (olievlekwerking). Nevendoelstellingen Door efficieÌ nte inzet van de benodigde energie tijdens de teelt, waarbij gedeeltelijk gedurende het etmaal wordt gekoeld, zal de vruchtkwaliteit verbeteren. De vruchten zullen bij de oogst groter, steviger en zoeter zijn. Verlenging van de aanvoer periode kan tot hogere prijzen leiden. We streven al met al naar een financieÌ le meeropbrengst van 20%. Werkwijze Wageningen UR Glastuinbouw zal samen met de ondernemer proeven opzetten in de nieuwe kas op het oude bedrijf om energiezuinig te telen en tevens de productie en kwaliteit te verbeteren. De kas zal in tweeën worden gedeeld door een (bestaande) twingevel en wat aanvullende kleine aanpassingen. Het doel is topkwaliteit aardbeien te telen met 14 kuub gas, hetgeen een reductie van 40% van het gemiddelde gasverbruik van kasaardbei zou inhouden. Fase 1 â (januari â februari 2009) â Er wordt een aardbeiendenktank opgezet die gaat rekenen en ontwerpen om kennis die over energiezuinig telen in andere gewassen is verzameld, te vertalen naar een aardbeienteelt. Dit proces moet leiden tot een uitgekiende serie behandelingen die op het bedrijf van Dhr. Dings kan worden neergelegd. Het geheel zal rekening houden met bedrijfseigen factoren, (zoals het ontbreken van aquifers voor langere termijn opslag van laagwaardige warmte, maar het wel aanwezig zijn van een grote ondergrondse opslag die als dagbuffer werkt), maar in er zullen scenarioâ s voor andere bedrijven met andere installaties worden doorgerekend. Er zal een plan worden geschreven hoe, waar nodig, eventuele aanpassingen aan de uitrusting en installaties op de proeflocatie zullen moeten worden aangebracht. Bij de keuze van de te onderzoeken factoren wordt vooraf het te verwachten effect op energiebesparing afgewogen tegen de investeringskosten die bij een toekomstige uitrol in de aardbeiensector zou gaan spelen. In de denktank zitten, naast de ondernemer vertegenwoordigers vanuit het onderzoek, de computerleverancier en drie deskundige voorlichters. Go / no go op basis van rapportage Fase 2 â Op het oude bedrijf van de heer Dings zal de nieuwe kas in tweeën worden gedeeld d.m.v. de twingevel. Aanvullend zal tussen de tralie en de nok folie gespannen worden zodat twee echt aparte afdelingen ontstaan waarvan het verwarmingssysteem, de luchtramen, de verneveling en de aircobreeze apart aangestuurd kunnen worden. De behandelingen zullen worden neergelegd in deze twee afdelingen. Andere aanvullende aanpassingen zullen, waar nodig, worden uitgevoerd. Begeleiding en bijhouden van de proeven gebeurt door Wageningen UR Glastuinbouw, o.a. via Letâ s grow life. Opschaling van kansrijke behandelingen naar het nieuwe bedrijf is een reële optie. De resultaten zullen ter beschikking komen van de hele sector. Een onderdeel van de kennisverspreiding is de vorming van een klankbordgroep. Deze klankbordgroep van grote telers van aardbeien, aangevuld met telers van andere gewassen uit het Limburgse INES telersnetwerk, moet borgen dat de opgedane kennis over energiebesparing zo snel mogelijk door andere telers kan worden toegepast. Type behandelingen 1- Techniek - Oriënterende experimenten bij Dings hebben laten zien dat het niet eenvoudig is om met de nu al aangelegde voorzieningen voldoende te koelen. Aircobreeze en verneveling gaf nog het meeste resultaat, maar een systeem van luchtslangen en LBKâ s onderin het gewas bleek te duur in relatie tot het bereikte effect om in de nieuwbouw op te nemen. Met name de nalevering van warmte vanuit de bodem leek een groot effect te hebben. Ook was het al dan niet gebruiken van uitblaasslangen van grote invloed op zowel verdeling van de koude lucht als op het benodigde vermogen voor de ventilatoren. Hier willen we nog verder naar gaan kijken om het uiterste uit de in de proefkas al aangelegde apparatuur te gaan halen. De investeringskosten van deze installaties zullen worden meegenomen in de keuze van de proefopzet. 2 â Plek â Het is nog niet duidelijk op welke onderdelen de koeling het beste kan aangrijpen: wortels, bladeren of vruchten, en hoe dit technisch het beste kan worden gerealiseerd, alles zonder het natslaan en de daarmee op de loer liggende Botrytis. We willen daarom een systeem bouwen waarmee zo efficiënt mogelijk kan worden gekoeld op de beste plek in de plant. Een mogelijkheid die onderzocht kan worden is het bouwen van experimentele halve tunnels waar de planten in groeien zodat de bladeren efficiënt gekoeld kunnen worden. Een andere mogelijkheid is een systeem van luchtcirculatie met slangen waarin de koude lucht van onderaf precies de overhangende vruchten bereikt. Een en ander zal worden gecheckt d.m.v rookproeven en temperatuurmetingen van gewasdelen. Het koelen van wortels lijkt ons op voorhand het minst voor de hand liggend, omdat we uit eerder onderzoek (Freesia en Paprika) en literatuuronderzoek weten dat hier weinig effect van te verwachten valt. Maar we zullen dit aspect in het ontwerpproces meenemen. Het gebruik van buitenlucht om te koelen, zoals dat momenteel bij tomaat wordt onderzocht in Bleiswijk, en de kennis rond de mogelijkheden van koeling van gewasdelen (Jongschaap et al., 2008) zullen ook worden meegenomen in de overweging. Ook de startdatum van de teelt zal worden meegerekend, want door vroeger te starten en rustiger te telen kan wellicht ook een hoop bereikt worden. 3 â Tijdstip - Verder is duidelijk dat er in de ochtendperiode het meeste effect kan worden bereikt met besparingen. Er wordt dan opgestookt en er moet voorkomen worden dat de vruchten natslaan. In deze periode wordt de meeste energie verbruikt. Er zullen dus slimmere instellingen bedacht moeten worden. We worden hierbij gesteund door onze ervaring met tomaat in de Greenportkas, waarin de kop van de tomaat relatief koel moet blijven, maar de vruchten voor afrijping voldoende warmte moeten krijgen. In de aardbeienteelt ligt dit uiteraard anders, maar les is dat de technische installaties pas optimaal kunnen worden ingezet als vanuit de fysiologie duidelijk is waar en wanneer het meeste effect kan worden gehaald. Omdat de keuze van de behandelingen en de bijbehorende technische inrichting cruciaal is voor het project, willen we fase 1 gebruiken om dit goed door te denken. In ieder geval hangen er in deze proefkas verticale ventilatoren en is er een klimaatcomputer waarmee een strategie uitvoerbaar is waarbij het scherm zo lang mogelijk gesloten blijft tot de zon voldoende kracht heeft om de kas zelfstandig op temperatuur te brengen met een minimale kans op natslag. Ook kunnen de aanwezige luchtbehandelingskasten zodanig worden omgebouwd dat gecontroleerd ventileren met buitenlucht onder het energiescherm mogelijk wordt. 4. Economie - Aan het eind van de proef moet een economische evaluatie aantonen of koeling, in combinatie met welke opslagmethode, zinvol is. De financiële effecten van een combinatie van verneveling, schermgebruik en Aircobreeze zullen eveneens worden doorgerekend. 5. Benodigde uitrusting - De kas bestaat uit twee afdelingen van 4200 m2 elk die volkomen te scheiden zijn door een tussengevel aan te brengen, het schermdoek te delen in 2 secties en in de nok een vaste folie aan te brengen. De verwarming, de luchting, de hogedruk nevelinstallatie en de watergift zijn al onafhankelijk bedienbaar. In één afdeling hangen Aircobreeze ventilatoren, in de andere staan luchtbehandelingskasten met koeling op de grond, deels voorzien van slangen en deels met vrije uitblaas. In beide afdelingen staat een meetpaal waarmee RV, CO2, bodem, blad en ruimtetemperatuur op 3 hoogten in de kas gevolgd kunnen worden via een Letsgrow abonnement. Ook de temperaturen van de buisnetten en de Luchtbehandelingskasten worden gemeten. 6. Waarnemingen Energieverbruik - Omdat de beide verwarmingsnetten op dezelfde retour staan moeten extra dompelvoelers en watermeters geïnstalleerd worden om deze apart te kunnen meten. Ook voor de LBKâ s moeten deze meters geïnstalleerd worden. Verticale temperatuurverdeling - Hiervoor worden de meetpalen en bodemvoelers ingezet. Tijdelijk zal ook een draadloos mobiel meetnet worden uitgezet. Horizontale temperatuurverdeling - Met een tijdelijk draadloos meetnet en via rookproeven. Planttemperaturen - Van belang is om vruchten blad en wortels apart te monitoren. Blad en vrucht met mini infrarood meters, wortels met PT100 sensoren. Dat zal op 4 plaatsen gebeuren (2 per afdeling). Stroomverbruik pompen en ventilatoren - Worden afgeleid van het aantal draaiuren. Alle klimaatdata - die nu al standaard worden bepaald, zoals CO2, blad en luchttemperaturen rondom de plant, PAR licht, buitenklimaat, raamstanden en schermstanden. Productie - van een meetveld. Resultaten In februari wordt gerapporteerd over fase 1. Op grond hiervan wordt besloten tot een go of no go. Na eind van het onderzoek wordt een rapport met daarin een aanbeveling geschreven. Eigendomsrechten zijn hierbij niet van toepassing

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. W. Verkerke

Related research (upper level)


Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation