KNAW

Onderzoek

Lagere nachttemp E-besparing opkwk phalaenopsis

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Lagere nachttemp E-besparing opkwk phalaenopsis
Looptijd 01 / 2009 - 05 / 2010
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1343135

Samenvatting

Doel
De teelt van Phalaenopsis kent twee teeltfases. In de opkweek, die ca. 30 weken duurt, wordt de temperatuur dag en nacht strak op 28â C gehouden om de planten vegetatief te houden. Daarna wordt de temperatuur verlaagd om de bloemtakken te induceren. In onderzoek in Amerika (Blanchard en Runkle, 2006) bleven Phalaenopsisplanten bij een dag-/nachttemperatuur van 29/23â C en zelfs bij 29/17â C ook geheel vegetatief. Zij concluderen dat een hoge dagtemperatuur de bloei tegen houdt bij Phalaenopsis en dat de nachttemperatuur geen invloed heeft. Dit zou betekenen dat een hoge dagtemperatuur voldoende is om de planten vegetatief te houden tijdens de opkweek en dat de nachttemperatuur zonder risico op voortakken mag wegzakken. Bij een dag-/nachttemperatuur van 29/17â C zou er op jaarbasis tot 30% bespaard kunnen worden op het warmtegebruik.

Doelstellingen
Technische doelstelling:
Nagaan of het onder Nederlandse teeltomstandigheden mogelijk is Phalaenopsis planten volledig vegetatief te houden tijdens de opkweek middels een hoge dag- en een lagere nachttemperatuur, zonder nadelige bij-effecten tijdens de opkweek en zonder nadelige na- effecten tijdens de koeling en afkweek.

Energetische doelstelling:
Bij toepassing van een dag-/nachttempertuur van 29/17â C tijdens de opkweek in de praktijk kan naar verwachting tot 30% energie bespaard worden op het warmtegebruik voor de opkweek van Phalaenopsis. Aan de hand van de resultaten zal berekend worden hoeveel energie bespaard kan worden bij een gemiddeld Nederlands jaarklimaat, bij een koud, en bij een warm jaar.

Werkwijze Fase
1: Opkweek bij drie dag-/nachttemperaturen van week 15 t/m 45 - 2009:

Twee behandelingen met een hoge dag- en lage nachttemperatuur worden vergeleken met de huidige praktijksituatie van 28/28â C tijdens de opkweek:
Dag- en nacht 28/28â C
Dag 29â C en nacht 23â C
Dag 29â C en nacht 17â C
- Drie behandelingen in 2 herhalingen in geconditioneerde kassen van 24 m2 bruto (=totaal 6 kassen).
- Om te testen of het principe werkt worden de setpoints in de proef zo strak mogelijk gerealiseerd.
- 4 tot maximaal 8 cultivars die gevoelig zijn voor voortakken. Het definitieve aantal cultivars en de keuze van de cultivars wordt nog afgestemd met de BCO en/of landelijke commissie potorchidee.
- Bij alle behandelingen een vaste, constante daglengte. Omdat het onderzoek in Amerika uitgevoerd is bij een constante daglengte van 12 uur zou de voorkeur zijn om de proef uit te voeren bij een daglengte van 12 uur. In de praktijk wordt in het belichtingsseizoen echter meestal een daglengte van 14 uur aangehouden en dat zou pleiten voor een vaste daglengte van 14 uur in de proef. Keuze van 12 of 14 uur daglengte wordt later vast gesteld in overleg met BCO.
- Lichtperiode wordt zodanig gekozen dat er optimaal gebruik gemaakt wordt van natuurlijk daglicht.
- Overgang van nacht- naar dagtemperatuur en van dag- naar nachttemperatuur gelijk met begin en einde lichtperiode.
- Plantmateriaal: Net opgepot plantmateriaal.
- Elke week telling aantal planten met voortakken
- Regelmatige meting bladafsplitsing en bladgrootte
- Aan het eind van de opkweek bepaling aantal bladeren per plant, bladgrootte, vers- en drooggewicht, droge stof percentage en bladoppervlakte
- Registratie gerealiseerde klimaat
- Go/no go moment zodra er bij de twee behandelingen met lage nachttemperatuur voortakken optreden (>10%) om te overleggen of het nog zinvol is om het onderzoek voort te zetten.

Fase 2: Meting na-effecten op generatieve groei van week 46 - 2009 tot week 12 â 2010:

- Na de opkweek worden alle behandelingen bij elkaar in één potplantenkas gezet en daar worden de planten overeenkomstig de praktijk in bloei getrokken.
- Nagegaan of er geen nadelige na-effecten optreden op de bloemtakvorming (nadelige effect op aantal meertakkers is ongewenst).
- Registratie gerealiseerde klimaat.
- Bepalinge relevante bloeiparameters (aantal bloemtakken, aantal vertakkingen).

Fase 3: Berekening energieverbruik, verwerking en verslaglegging week 13 t/m 21 â 2010:
- Aanpassen KASPRO-model voor Phalaenopsisteelt.
- Simulaties energieverbruik bij toepassing in de praktijk m.b.v. aangepaste KASPRO-model en geregistreerde klimaatgegevens.
- Simulatie bij een gemiddeld Nederlands jaarklimaat, bij een koud, en bij een warm jaar.
- Simulaties energieverbruik indien verlengde opkweek noodzakelijk blijkt om voldoende meertakkers te krijgen.
- Verwerking, verslaglegging en presentatie resultaten.

Resultaten
Stand van zaken en resultaten worden regelmatig besproken in de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie en met de pororchideeëncommissie van LTO-Groeiservice. Resultaten en stand van zaken worden toegelicht op Energiek2020, in gewasnieuwsbrieven van LTO-Groeiservice, op een open middag bij het onderzoek en d.m.v. een presentatie en handout op landelijke bijeenkomsten van potorchideeëntelers. Na afronding van het onderzoek worden de resultaten weergegeven in een onderzoeksrapport t.b.v. de website van het PT en/of Energiek2020.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Ing. J.A.M. Kromwijk

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie