KNAW

Research

BO-12.03-005 Phytophthora infestans

Pagina-navigatie:


Update content


Title BO-12.03-005 Phytophthora infestans
Period 01 / 2010 - unknown
Status Current
Research number OND1343420

Abstract (NL)

Doel
Dit project levert bouwstenen voor een toekomstige bestrijdingsstrategie voor de aardappelziekte die gebaseerd is op monitoring van P. infestans. Het snel screenen van effectorvariatie om een beeld te krijgen van de virulentie die in de lokale P. infestans populatie aanwezig is, is nog niet eerder onder praktijkomstandigheden onderzocht. In de teeltseizoenen 2010 en 2011 zal op een tweetal praktijklocaties moeten worden aangetoond of deze benadering, als proof of principle voor Blb1 (en Chc1 in 2011), een bijdrage kan leveren aan verdere verduurzaming van de aardappelteelt, de phytophthorabeheersing en het gebruik van resistentiegenen.

Doel
Proof of principle voor de hypothese dat effectormonitoring van lokale P. infestans populatie(s) van toegevoegde waarde is voor praktische beheersing van de aardappelziekte en het duurzamer inzetten van resistentiegenen. Dit proof of principle wordt in eerste instantie onderzocht aan een systeem met Blb1 resistentie waarbij het Resistentiegen Chc1 als runner up in het onderzoekstraject wordt meegenomen.

Werkwijze
Aanpak en tijdpad

1. Screening op de effector van Chc1 met bijbehorende allelen. De effector voor Blb1 is, met bijbehorende allelen, al bekend.
2. Genotypering van een selectie (max 20) virulente en avirulente P. infestans isolaten m.b.t. de allelen van de Blb1 en Chc1 (bij beschikbaarheid, zie 1 ) effectoren.
3. Fenotypering (biotoetsen en co-infiltratie) van dezelfde selectie isolaten t.b.v. bevestiging of verdere ontrafeling van de relatie tussen genotype en fenotype (virulent/avirulent) voor de allelen van de Blb1 effector.
4. Opzetten SNIP assay voor de effector allelen behorend bij Blb1 (2010) en Chc1 (2011) (BioTrove en/of qPCR) t.b.v. snelle screening P. infestans isolaten
5. Eerste schatting van de frequentie van Blb1 virulentie inde huidige P. infestans populaties als basis voor de eerste spuitadviezen in 2010. Idem voor Chc1 vroeg in 2011.
6. Ontwerp en uitwerking van een beheersstrategie gebaseerd op monitoring van effectorvariatie
7. Praktijktoets van de hele strategie in 2 veldproeven per jaar. Rondom beide proefvelden wordt een netwerk van kleine vangveldjes (bintje) aangelegd die 1x per week gecontroleerd worden op P. infestans aantasting. Aantasting wordt verwijderd en P. infestans geïsoleerd en gekarakteriseerd. Dagelijks wordt spuitadvies uitgebracht waarin de resultaten van de P. infestans monitoring al dan niet meegewogen worden.

Resultaten

. De Chc1 effector met bijbehorende allelen.
. De relatie tussen genotype en fenotype (virulent versus avirulent) voor de effectoren behorend bij Blb1 en Chc1.
. Snelle moleculaire assays om virulentie / avirulentie te bepalen aan P. infestans isolaten voor resistentiegenen Blb1 en Chc1.
. Een ontwerp voor een P. infestans beheersingsstrategie gebasserd op monitoring van effectorvariatie.
. Proof of principle voor de gehele strategie middels twee praktijkproeven per jaar. Gedetailleerde data over Blb1 en Chc1 virulentie in twee lokale P. infestans populaties.
. Excursie voor Deskundigen overleg en Klankbordgroep Parapluplan en DuRPh.
. Verslag van de veldproeven.
. Per locatie: proefbezoek voor Telen metToekomst-netwerk.

De resultaten van de proeven geven aanwijzingen over de meerwaarde van een beheersingsstrategie gebaseerd op monitoring van effectorvariatie (proof of principle). Ook worden per locatie excursies georganiseerd om de proeven te bekijken. De verslagen van de proeven komen met een samenvatting beschikbaar op www.kennisakker.nl.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr.ir. G.J.T. Kessel

Related research (upper level)

Theme BO-12.03

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation