KNAW

Onderzoek

Tripsresistentie in kool

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Tripsresistentie in kool
Looptijd 01 / 2010 - 12 / 2011
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1343585

Samenvatting

Doel
Het doel van dit project is de bevordering van gerichte veredeling van robuuste koolrassen met een hoge weerbaarheid tegen tripsschade, door de lacunes in de daarvoor benodigde kennis in te vullen. Deze kennisbehoeften zijn hierboven genoemd. De concrete doelen van het project zijn:

. Opheldering van de overerving van de weerbaarheid tegen tripsschade en van gerelateerde planteigenschappen in een kruisingspopulatie
. Identificatie van nieuwe bronnen van resistentie via een brede screening, binnen en buiten wittekool
. Ontwikkeling van toetsmethoden voor eenvoudiger selectie en voor het vergelijken van gevoeligheid voor tripsschade tussen verschillende kooltypen

Werkwijze
Activiteiten en betrokkenheid sector:

Plannen voor 2010
Deze periode is Fase 2 uit de projectbeschrijving. In deze periode waren 2 belangrijke componenten gepland. In de eerste en belangrijkste plaats: de beoordeling van de populatie F3-lijntjes uit de resistent x vatbaar kruising. Zaad van deze populatie is door grote input van de deelnemende bedrijven inmiddels verkregen. Dit zal in de eerste plaats een validatie opleveren van de tot op heden gevonden relaties tussen plantkenmerken en tripsresistentie: als deze kenmerken en de resistentie gezamenlijk uitsplitsen in de populatie worden de gevonden relaties daarmee bevestigd. Daarnaast zullen deze proeven inzicht geven in de overerving van de resistentie en daarmee gerelateerde kenmerken. Beide zijn essentieel voor het verkrijgen van toepasbare resultaten uit dit project.

De tweede component in fase 2 is de verdere uitwerking van de labtoets-methode, en het gebruik hiervan om in ander materiaal dan het late wittekool segment naar nog sterkere bronnen van tripsresistentie te zoeken. Dit gaat niet in veldtoetsen, omdat de verschillen in plantopbouw en groeiseizoen een rechtstreekse vergelijking van tripsaantasting onmogelijk maken. Gezien de drastische reductie in budget is het niet mogelijk om beide componenten op een verantwoorde wijze uit te voeren volgens de oorspronkelijke planning. Liever dan beide op een onbevredigende wijze voort te zetten wordt voorgesteld om het project verder te focussen op de eerste component: het bestuderen van de kruisingspopulatie voor validatie en genetische studie. Deze keuze is gemaakt op basis van de volgende overwegingen:

1. Zaad van de kruisingspopulatie is beschikbaar, en de methode van beoordeling is al meerdere jaren toegepast, zodat er geen risico s verbonden zijn anders dan de altijd aanwezige kans dat de tripsaantasting (te) laag kan zijn. Daarentegen is de labtoetsmethode nog niet op grote schaal beproefd.
2. Het is onzeker of er in ander koolmateriaal wel sterkere resistentie aanwezig is dan wij nu in wittekool beschikbaar hebben. Hoewel de huidige resistentiebronnen zeker geen volledige bescherming tegen aantasting bieden zijn ze onder Nederlandse omstandigheden voor de praktijk bruikbaar. Dit maakt de urgentie van het zoeken naar aanvullende bronnen voor de Nederlandse (in tegenstelling tot de buitenlandse) minder groot.
3. Er is in dit project tot nu toe minder geïnvesteerd in de ontwikkeling van de labtoets dan in de opbouw van de kruisingspopulatie. Benodigde budget voor Toetsing van de kruisingspopulatie: 85 k (zowel in 2010 als in 2011)

Betrokkenheid sector

. De sector is betrokken bij dit project als discussiepartner in het projectteam, via vertegenwoordigers van zowel telers als van zaadbedrijven. Daarnaast wordt een communicatieplan opgesteld waarmee geïnteresseerden binnen en buiten de sector op de hoogte worden gehouden van de resultaten.
. Zaadbedrijven en telers zullen worden betrokken bij de keuze van de te toetsen rassen.
. Er worden proefveld-excursies voor veredelaars en telers georganiseerd.
. Voor geschikte biologische percelen zal medewerking van de sector (telers, zaadbedrijven en/of proefstations) worden gezocht. Fase 1: 2008 en 2009. A. Screening wittekoolrassen: In deze fase worden veldtoetsen uitgevoerd voor een brede screening van wittekoolrassen uit binnen- en buitenland (zowel moderne commerciële F1-hybriden als klassieke zaadvaste rassen uit genenbanken) op gevoeligheid voor tripsschade. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan rassen uit regio s met hoge tripsaantasting (m.n. uit Midden-Europa). 182.0 k B. Kruisingspopulatie, overerving resistentie: Ook wordt in deze fase de kruisingspopulatie vermeerderd tot de F3-generatie: F2-planten worden in 2008 opgekweekt en in 2009 zelfbestoven (dit moet handmatig en in het knopstadium gebeuren onder insectenvrije omstandigheden, wat vrij kostbaar is; deze activiteit wordt echter geheel door Syngenta op eigen kosten uitgevoerd en hier is dus geen projectbudget voor begroot). 0.0 k C. Toetsmethoden, screening divers materiaal: In deze periode worden ook nieuwe toetsmethoden ontwikkeld om de weerbaarheid tegen tripsschade te kunnen bepalen. Deze ontwikkeling en de validatie van deze toetsen lopen wel door in Fase 2. Aangezien vergelijkende veldtoetsen met verschillende kooltypen niet mogelijk zijn, zoals hierboven beschreven, gaat hier de aandacht naar toetsen waarbij bladeren via inoculatie met trips of via inductie met prikkels worden aangezet tot ontwikkeling van symptomen. Ook vermeerdering van trips op bladeren is een mogelijk criterium. 62.0 k Totaalbedrag fase 1: 244 k , is 122 k per jaar. Fase 2: 2010-2012. A. Screening wittekoolrassen: Deze is afgerond in Fase 1, en loopt niet door in Fase 2 0.0 k B. Kruisingspopulatie, overerving resistentie: In deze fase ligt het zwaartepunt op de veldtoetsen voor het toetsen van de kruisingspopulatie en de analyse van de erfelijkheid van de weerbaarheid en de gerelateerde planteigenschappen, waaronder ook inhoudsstoffen. 170 k C. Toetsmethoden, screening divers materiaal: Ook worden de nieuwe toetsmethoden verder uitgewerkt, gevalideerd en gebruikt om andere kooltypen dan wittekool te screenen. Ten gevolge van de verregaande krimp vanaf 2010 wordt dit onderdeel uitgesteld tot 2012. In de tussentijd zal gezocht worden naar andere mogelijkheden om dit onderwerp alsnog eerder te kunnen uitvoeren. (79 k ) Totaalbedrag fase 2A & 2B = 170 k , is 85 k per jaar (2010 & 2011), 2C (79 k in 2012). Go/no go: Aan het eind van 2009 is er een go/no go moment voor twee onderdelen (B en C) van het werk in Fase 2: B. Kruisingspopulatie, overerving resistentie: Als er onvoldoende (minder dan 150) F3-lijnen van de kruisingspopulatie zijn met genoeg zaad voor twee veldtoetsen wordt het werk aan de kruisingspopulatie niet voortgezet in Fase 2. Stand van zaken september 2009: er is ruimschoots voldoende zaad van meer dan 300 F3-lijnen, het is duidelijk dat het project door moet gaan. C. Toetsmethoden, screening divers materiaal: Als er geen goede perspectieven zijn voor nieuwe toetsmethoden wordt de ontwikkeling van deze methoden gestaakt en wordt er geen screening van andere kooltypen dan wittekool uitgevoerd. Stand van zaken september 2009: er is een labtoetsmethode ontwikkeld die in een groep van 5 rassen een correcte voorspelling van weerbaarheid tegen tripsschade geeft; deze moet gevalideerd worden op een grotere collectie rassen in 2012. Resultaten A. Screening wittekoolrassen: December 2008: Tussentijds overzicht van het meest resistente wittekoolmateriaal: (op basis van de resultaten van 1 jaar) December 2009: Overzicht van het meest resistente wittekoolmateriaal: (op basis van 2 jaar) B. Kruisingspopulatie, overerving resistentie: Oktober 2009: Zaad van de kruisingspopulatie (F3-lijnen); schriftelijk overzicht van beschikbare hoeveelheden t.b.v. de go/no go beslissing. Voorjaar 2011: Voorlopige analyse van de overerving van gevoeligheid voor tripsschade en gerelateerde plateigenschappen (op basis van eerste jaar veldtoetsen in 2010) December 2011: Analyse van de overerving van gevoeligheid voor tripsschade en gerelateerde planteigenschappen: analyse van 2-jarige resultaten. 2012: Wetenschappelijke publicatie over de erfelijkheidsanalyse. Deze publicatie zal niet voltooid zijn binnen de looptijd van het project omdat de laatste resultaten pas in het laatste jaar verkregen worden. C. Toetsmethoden, screening divers materiaal: December 2009: schriftelijke rapportage van de resultaten en meest perspectiefvolle methoden. Publicaties in praktijkbladen, presentaties en posters op voorlichtingsdagen en congressen: dit wordt in het nog op te stellen communicatieplan opgenomen, en zal van jaar tot jaar worden bezien. Het uiteindelijk beoogde resultaat is dat de verkregen informatie, methoden en materialen door de zaadbedrijven zullen worden gebruikt voor de veredeling van rassen met hoge weerstand tegen tripsschade.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Samenvatting (EN)

Description:
Thrips induce symptoms on cabbage heads, both before harvest and during storage. This necessitates the removal of the outer, affected leaves before sale, leading to increased labour costs and reduced marketable yield. Cabbage varieties differ markedly in their susceptibility to thrips damage, but the genetic background of these differences is unknown, which hampers efficient selection of thrips-resistant varieties. Further, for effective breeding more strong sources of resistance are needed.

Research objectives:
This project aims to study the inheritance of resistance to thrips and of plant traits that are related to thrips resistance. Also we will screen cabbage varieties for new sources of resistance, and develop test methods that allow the identification of resistance among Brassica oleracea crop types other than cabbage.

Results and products:

. Overview of the most resistant cabbage material based on 2 years of field tests
. Report on the relations between resistance to thrips damage and various plant characteristics
. Report on the inheritance of resistance to thrips damage and associated plant characteristics
. Test method for thrips resistance under glasshouse and/or laboratory conditions

Results and products:
The relation between plant traits and resistance to thrips damage was investigated in three filed experiments, one of which outside the Netherlands. The expected relations were found, but due to the very low thrips incidence in 2008 the results were not very clear. A cross population for investigation of the inheritance of resistance to thrips is being propagated. Experiments aimed at development of a laboratory or glasshouse test for thrips resistance are under way.
Other expected outcomes are:

. New sources of resistance
. A test method to compare thrips resistance across different B. oleracea crop type
. A genetic analysis of resistance and related plant traits
. Publications in trade journals and scientific journals, presentations, posters etc.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Dr. R.E. Voorrips

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie