Gras-klaver is een biologische stikstofbinder, en kan zo stikstof uit chemisch geproduceerde kunstmest vervangen. Als na gras-klaver een ander gewas verbouwd wordt, meestal snijmais, moet het grasland gescheurd worden. Hierbij komt een aanzienlijke hoeveelheid N vrij, die lang niet altijd door de snijmais kan worden benut. Verliezen naar grond- en oppervlaktewater en de naar lucht zijn het gevolg. Hoe ouder het grasland, hoe meer N verloren kan gaan. Gras-klaver wordt meestal enkele jaren achtereen geteeld. Een vraag uit de praktijk is bij welke teeltduur de gebonden N optimaal wordt benut in de vruchtwisseling. Deze optimale benutting is niet alleen afhankelijk van de teeltduur van de gras-klaver, maar ook van de teeltduur van de snijmais als volggewas, en van de verdeling van de bedrijfseigen drijfmest over de gewassen in de vruchtwisseling. Bij het optimalisering van de N-benutting is het van wezenlijk belang dat de gewasopbrengsten en de bodemvruchtbaarheid op peil blijven.
Doelstelling project Het beantwoorden van de vraag bij welke teeltduur van gras-klaver en snijmais in vruchtwisseling, en bij welke verdeling van de bedrijfseigen drijfmest over gras-klaver en snijmais, er sprake is van een optimale N-benutting. Randvoorwaarde daarbij is dat gewasopbrengsten en bodemvruchtbaarheid op peil blijven. Indicatoren voor de N-benutting zijn o.a. de N-opname door de gewassen en N-overschotten in bodem aan het einde van het groeiseizoen.
Resultaten Verwacht wordt dat melkveehouders met de resultaten van deze rapportage beter in staat zullen zijn om te sturen op een optimale N-benutting van hun vruchtwisseling, en een optimale N-benutting van hun bedrijfseigen drijfmest in die vruchtwisseling
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |