KNAW

Onderzoek

Samenwerking en succes- en faalfactoren bij boergedreven concepten

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Samenwerking en succes- en faalfactoren bij boergedreven concepten
Looptijd 01 / 2010 - 12 / 2012
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1343786

Samenvatting

Doel
Horizontale samenwerking: Het project is een vervolg op 2009 waarin met samenwerkingsverbanden tussen primaire ondernemers Ko-Alitie en de Sjalon stappen zijn gemaakt in de verdere uitbouw van de horizontale samenwerking. Op korte termijn gaat het om het doorpakken op de uitkomsten van 2009 en het effect van een steen in de vijver creëren, dat wil zeggen beweging in het gebied c.q. de gebieden. Op langere termijn gaat het om de leereffecten in dit traject inclusief succes- en faalfactoren vast te leggen en te verbreden naar soortgelijke initiatieven elders.

Vertikale samenwerking: De doelstelling van het onderzoek is het inzicht in de huidige relatie tussen een coöperatie in de plantaardige sector en haar leden tegen het licht te houden en alternatieve modellen te doordenken met vertegenwoordigers van de leden-leveranciers en de coöperatieve vereniging en onderneming. In die samenspraak worden voorstellen ontwikkeld voor eventuele aanpassing van de toe te passen business-modellen bij de betreffende coöperatie. Daarbij is speciale aandacht voor de succes- en faalfactoren, waarmee bij de toepassing rekening moet worden gehouden.

Werkwijze
Horizontale samenwerking: De coalities uit 2009 ter bevordering van horizontale samenwerking worden in 2010 begeleid in de uitwerking van de plannen. De onderzoekers voeren deze plannen niet zelf uit, maar faciliteren de betreffende samenwerkingsverbanden door procesbegeleiding en het beantwoorden van kennisvragen. Daarnaast zullen monitoring en evaluatie worden uitgevoerd op proces en effect, zodat ook in andere samenwerkingsverbanden en regio s hiervan geleerd kan worden.

Vertikale samenwerking: Allereerst wordt een coöperatie in de plantaardige sector gezocht die interesse heeft in het doordenken van haar business-model wat betreft haar relatie met leden-leveranciers: januari februari 2010. Vervolgens wordt nagegaan wat de methode bij FrieslandCampina in 2009 heeft opgeleverd en hoe deze methode ingevuld moet worden voor de betreffende coöperatie: maart 2010. De (aangepaste) methode wordt uitgevoerd en beschreven, met speciale aandacht voor verschillen en overeenkomsten in vergelijking met de case FrieslandCampina: april - september 2010.

Resultaten
Horizontale samenwerking: Het resultaat van het project is beweging in de gebieden, dat wil zeggen dat:

1. de betreffende samenwerkingsverbanden verder door kunnen gaan met ontwikkelen en groeien, zonder grote belemmeringen vanuit de buitenwereld (instituties, culturele en sociale belemmeringen, etc.). Dit is een resultaat dat de trekkers van de samenwerkingsverbanden en de stakeholders zelf moeten bewerken; de onderzoekers begeleiden dit traject op onderbouwde wijze, monitoren en evalueren het proces en leggen vast welke succes- en faalfactoren zich voordoen, zodat anderen daarvan kunnen leren.
2. het ondernemersklimaat ook voor andere samenwerkingsverbanden gunstiger wordt
3. ondernemers in deze en andere regio s gestimuleerd worden om samenwerkingsinitiatieven te nemen en de kansen daarvan te benutten.

Vertikale samenewerking: Resultaat: bewustwording en doordenking van en (aanzet tot) besluitvorming over het business-model van de betreffende coöperatie voor wat betreft de relatie tot de leden-leveranciers. Product: rapport met beschrijving van de case, mogelijke invulling met business-modellen en de bijbehorende succes- en faalfactoren en vergelijking met de case FrieslandCampina. De exacte vorm en de openbaarheid van (een deel van) de resultaten worden in overleg met de betreffende coöperaties vastgesteld.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Samenvatting (EN)

Description:
Horizontal: In 2009, interviews and a workshop are being held to analyse two specific groups of co-operating farmers ( De Sjalon , a group of arable farmers and Ko-alitie , a group of dairy farmers) and their stakeholders and to bring them together. The workshop must lead to coalitions of stakeholders who together undertake actions to stimulate the forming of new co-operatives and of more space for such co-operatives to operate. Their actions planned will need implementation in 2010. The research question is: Which steps in the process, instruments and knowledge are required to achieve the implementation? The research team will facilitate the process of different coalitions, among other things applying the tango method (intervention planning) and reflect upon the process among the stakeholders. The effects of the actions in the circle of the stakeholders and in wider circles will be monitored and evaluated. The process, the factors for success and failure and the eye-openers will be reported to implement in similar initiatives elsewhere.

Vertical: Within the Partners for Entrepreneurship , there is a need to optimize the relationship of partner-firms with their member-suppliers, so that the level of entrepreneurship in the chain (with the farmers as well as with the co-operative) is improved and win-win conditions are more easily created. In 2009, a start with this type of research was made for dairy co-operative FrieslandCampina. The aim is to implement this approach in 2010 for a co-operative (or private firm) in the arable and horticultural sectors. There is a need for knowledge on business models that can be implemented to shape the relationship between the co-operative and (groups of) member-suppliers, stimulating innovation and sustainability, keeping innovative members interested to stay with the co-operative and improving the performance of the chain as a whole. Special attention is paid to factors for success and failure when such models are implemented. The selection of the co-operative to become involved will be based on communication with interested partner-firms in agribusiness.

Research objectives:
Horizontal: In the short term, it is important that the actions agreed upon in 2009 will be implemented in 2010 and create a stone in the water-effect , i.e. a dynamic process in the real-world. On the longer term, eye-openers in this project including factors for success and failure are reported and dissiminated to other similar initiatives elsewhere.

Vertical: The aim of the research is to reflect on the current relationship between an arable or horticultural co-operative and her members and to discuss alternative models with representatives of the member-suppliers and the co-operative. This must lead to proposals to possibly adapt the business models to be applied within the co-operative studied. Special attention is paid to factors for success and failure, which have to be taken into account when applying those models.

Results and products:
Horizontal: The result of the project is a dynamic process in the two regions studied, i.e. that

1. the co-operatives studied can continue to develop and to grow, without major barriers from the external world (institutions, cultural and social barriers, etc.). This is a result that the participants of the co-operatives and the stakeholders have to achieve themselves; the researchers facilitate the process in a science-based way, monitor and evaluate the process and report which factors for success and failure are observed and derived, so that others can learn from the findings
2. the business climate improves, also for other co-operatives
3. entrepreneurs in these and other regions are stimulated to initiate co-operation and to take advantage of opportunities in this field. The product is a report with an overview of the steps in the process, effects observed, factors for success and failure derived and case-writing. Part of the report can be published as a separate brochure. Articles in farmers magazines dissiminate the results among farmers.

Vertical: : Awareness of and reflection and (the start of) decision making upon the business models of the co-operative studied concerning the relationship with the member-suppliers. Product: report with case-writing, possible ways to apply business models and the relevant factors for success and failure and a comparison with the FrieslandCampina case.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderzoeker Ing. A.C.G. Beldman
Onderzoeker Ing. A.M. Bikker (MSc)
Onderzoeker Ir. J.S. Buurma
Onderzoeker Dr.ir. C.C. de Lauwere
Onderzoeker G.M. Splinter
Onderzoeker Dr.ir. J.A.A.M. Verstegen
Onderzoeker Ir. P.L. de Wolf
Projectleider Dr.ir. A.B. Smit

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie