Doel De huidige voedselproductie is in hoge mate afhankelijk van fossiele energie (olie). Natuurlijke processen zijn vervangen door externe inputs van kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en machinale arbeid. Dierlijke mest wordt voor een belangrijk deel geproduceerd met geïmporteerd veevoer. Dit alles loopt op olie en heeft, naast de productie van broeikasgassen, geleid tot een gereduceerd bodemleven en ophoping van nutriënten (stikstof en fosfaat) in de bodem. Olie zal in de komende decennia schaarser en duurder worden. Recent zijn ook de kunstmestprijzen sterk gestegen, en werd gewaarschuwd voor een voedselcrisis. Om een dergelijke crisis te vermijden zal overgeschakeld moeten worden van externe fossiele inputs naar maximaal gebruik van natuurlijke bodemvruchtbaarheid. In dit project wordt zowel voor natuurontwikkeling als voor de ontwikkeling van duurzame landbouw gezocht naar antwoorden op de volgende vragen: . Kunnen we de bemesting met stikstof en fosfaat zover reduceren dat het bodemleven de nutriënten niet alleen beter vasthoudt, maar ook actief gaat leveren aan de plant via stikstofbinders en mycorrhiza schimmels? . Neemt dan ook de recycling (mineralisatie) van gebonden stikstof door bacteriën en regenwormen toe? . Kunnen we op deze manier toewerken naar een duurzame hoge productie met minimale inputs? . Kunnen we natuurontwikkeling versnellen door het bevorderen van klaver (stikstofbinding) en mycorrhiza schimmels waardoor fosfaat effectiever wordt afgevoerd? . Einddoel is het identificeren van maatregelen waarmee we natuurlijke bodemvruchtbaarheid optimaal kunnen benutten voor duurzame landbouw en natuurontwikkeling.
Werkwijze Het project vergt meerjarig onderzoek van (bestaande) langer lopende veldproeven met vlinderbloemigen (klaver) en gereduceerde bemesting (of verschraling). Het plan voor 2010 omvat de volgende onderdelen:
1. Beknopt literatuuronderzoek naar bestaande gegevens. Inventarisatie van geschikte proefvelden die al voldoende lang liggen met minimale inputs van nutrienten en energie (jan-maart) 2. Bemonstering van geselecteerde proefvelden. Analyse van bacteriën, schimmels, regenwormen en mineralisatie. Tevens wordt de gewasproductie en de fosfaatafvoer bepaald (april-oktober) 3. Analyse van de eerste resultaten (november-december) 4. Workshop met betrokken partijen over resultaten en vervolg, zo mogelijk in het kader van de bestaande contactgroep Bodembiodiversiteit (waar betrokkenen al in zitten) (november)
Resultaten
Powerpoint met conclusies beknopt literatuuronderzoek en inventarisatie geschikte proeven: 31 maart 2010. . Excel file met data: 30 oktober 2010. . Rapport Workshop met pdf's van presentaties en conclusies: 31 december 2010. . Fact sheet met conclusies: 31 december 2010. . Concept artikel voor vakblad: 1e kwartaal 2011.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |