Doel De opbouw en de instandhouding van collecties van genetisch bronnen van landbouwhuisdieren op een verantwoorde, effectieve en efficiënte wijze en documentatie van deze collecties. Tevens gerichte uitgifte van genenbank materiaal.
Werkwijze Inname en uitgifte
- Runderen Inname van sperma van Fries Roodbont, Brandrode, Blaarkoppen, Lakenvelders, Witrikken en Verbeterd roodbont, conform uitzonderingspositie in regelgeving voor rundersperma (VWA). Voor 2010 is spermawinning van max. 10 stieren in totaal voorzien. Embryo s zullen worden gewonnen van koeien van de Brandrode en de Friese Roodbonte. Tevens zal opname van snapshots van de K.I.-/ fokkerijorganisaties worden gecontinueerd. Over de continuïteit van deze inname van snapshots zal in 2010 met de betrokkenen (rundvee- en varkensfokkerijorganisaties) overleg worden gepleegd. Rundersperma uit de genenbank wordt selectief gedistribueerd ter ondersteuning van het behoud van genetische variatie binnen rassen. - Voor het paard geldt dat de inname van sperma van het Friese Paard, gestart in 2009, in 2010 zal worden afgerond. Bovendien is voorzien dat de genenbankcollectie sperma van hengsten van het Nederlandse Trekpaard in 2010 na afstemming met het stamboek worden aangevuld. Van het Gelderse Paard zullen eicellen en IVF embryo s worden gewonnen en opgeslagen. - Bij de schapen zal allereerst worden geanalyseerd in hoeverre de bestaande genenbankcollecties nog moeten worden uitgebreid en zullen ook stamboeken van andere Nederlandse rassen worden benaderd. Bij rammen heeft winning van epididymaal sperma uit kostenoverwegingen de voorkeur. - Van de Nederlandse Landgeit zullen wederom een aantal bokken worden bijeengebracht voor spermaproductie of zal epididymaal sperma worden gewonnen. - Voor kippen zal in 2010 allereerste de huidige genenbank collectie worden geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt eventueel aanvullende winning van sperma gepland (voor 2011). - In 2010 zal worden vastgesteld hoe een parallelle strategie (per diersoort), om naast sperma, eicellen en embryo s ook somatische cellen op te slaan, er uit zou moeten zien. Na vaststelling van strategie en operationele protocollen, zal verzameling van somatische cellen voor de resterende jaren van de uitvoeringsovereenkomst worden ingepland.
Kwaliteitssysteem Het kwaliteitshandboek en specifieke protocollen en procedures zullen met regelmaat worden bijgehouden en aangepast. Per jaar zal een interne (CGN) en een externe (TÜV) audit hierop toezien. Continuïteit van de certificering is van belang en in veterinaire zin een eis van de VWA. Laatstgenoemde zal hierop ook tweemaal per jaar een audit houden. Het kwaliteitssysteem dient te worden aangepast in verband met de toezegging van LNV om een uitzonderingspositie binnen de veterinaire regelgeving voor rundersperma te verlenen aan de genenbank/CGN.
Beheer Het beheer en het onderhoud van de vaten is een vaste en wekelijks terugkerende actie. Dit houdt in dat de opslagvaten dagelijks gecontroleerd worden en (twee-) wekelijks moeten worden voorzien van vloeibare stikstof. Het fokkerijbedrijfsleven draagt financieel bij aan de beheerskosten.
Documentatie De CRYO-web database zal worden bijgehouden en waar nodig en nuttig worden aangevuld. Nieuwe opslag van genetisch materiaal wordt ingevoerd in CRYO-web. Opgeslagen bloedmonsters van donoren moeten nog worden geordend en geregistreerd in CRYO-web. In Europees verband wordt bovendien bijgedragen aan de implementatie van CRYO-web in een groot aantal landen en zal de structuur van het informatiesysteem verder worden geoptimaliseerd en geüniformeerd.
Resultaten Voornoemde activiteiten moet leiden tot een verantwoorde aanvulling van de genenbankcollecties van de belangrijkste soorten, te weten rund, varken, kip, paard, schaap en geit. Het beheer van de opslag van de genenbankcollecties is gewaarborgd middels het ISO 9001:2000 kwaliteitssysteem. |