KNAW

Research

Natura 2000

Pagina-navigatie:


Update content


Title Natura 2000
Period 01 / 2009 - unknown
Status Completed
Research number OND1344996

Abstract

Data assembly; data of harbor porpoise stranding on Dutch coast since 1920 will be assembled in cooperation with Leiden University and others. Data analysis: data will be analyzed with statistical models to evaluate changes in age and size distribution of stranded harbor porpoises over time. Data on age structure of stranded harbor porpoises will be analyzed with population models to estimate age dependent survival.

Approach
Human use of the North Sea is increasing due to traditional forms of use like shipping and fisheries but as new forms such as energy production in windmill parks. These different activities case pressure on the system and their cumulative effects should be analysed to develop and integrated vision on ecological risks caused by the different forms of human use. Traditionally qualitative instruments such as expert opinion are used to assess insight in cumulative effects. Currently also semi quantitative instruments are applied like CEA-Cumulative Effect Assessment (Karman et al. 2008). The aim of the current project is to develop a framework for quantitative effect assessment to estimate cumulative effects on the population level of species. This is a pre for species on the Birds and Habitats Directives for which effects should be quantified at the population level (favourable conservation status).

In 2009 we focus on one of the four marine mammals on the Habitats Directive, the harbour porpoise. This species is currently threatened by fisheries (bycatch) and is sensitive to pollution and underwater noise. As a first step we will develop a population model for the species using data stranding data and literature data on reproduction to estimate age dependent survival of the species. To this aim we will use a framework developed to analyse population dynamics when life-history data is incomplete (Klok et al. 2009).

This knowledge will be a pre for further model development to assess the impact of cumulative stress on the species.

Results
A framework to analyse the population viability of a species based on incomplete life-history data has been developed for marine mammals.

Abstract (NL)

Doelstelling

Het gebruik van de Noordzee en kustwateren neemt toe. Naast traditionele gebruiksvormen zoals visserij en scheepsvaart komen moderne vormen zoals windmolenparken en nieuwe vormen van recreatie. Hierdoor neemt de druk op ecosystemen toe. Om deze cumulatieve effecten in te schatten is een integrale visie op de ecologische risico s van al deze gebruiksvormen noodzakelijk. Momenteel worden mn kwalitatieve instrumenten zoals expert opinion ingezet om de cumulatieve effecten in te schatten. Naast expert opinion worden andere meer kwantitatieve instrumenten ontwikkeld die expertkennis combineren met de intensiteit van druk factoren waarbij de uiteindelijke effecten een functie zijn van de gecombineerde drukfactoren (CEA-cumulative Effect Assessment: Karman et al, 2008). Deze methode heeft als voordeel dat zij naast semi kwantitatieve resultaten ook een ruimtelijk beeld geeft van cumulatieve effecten. In aanvulling op de hierboven genoemde methoden om cumulatieve effecten in te schatten heeft dit project tot doel op een kwantitatieve wijze effecten van verschillende factoren op de populatiedynamiek van bepaalde soorten door te rekenen. In de voor de Natura 2000 gebieden geldende regelgeving (Bird and Habitat directives (BD en HD)) moet het effect van factoren worden geƫvalueerd op populatie niveau (favorable conservation status).

Van de vier zoogdier soorten van de HD die voor het Nederlandse marine systeem van belang zijn wordt in dit project gekozen voor de bruinvis om de effecten van verschillende stress factoren op de populatiedynamica te berekenen. De bruinvis wordt sterk bedreigd door visserij (mn door bycatch in staande netten), is gevoelig voor verontreiniging (m.n organische verbindingen) en lijkt gevoelig te zijn voor verstoring (geluid).

De bruinvis is een van de kleinste walvisachtigen waar relatief veel (internationaal) onderzoek aan verricht is. Echter de overleving in de verschillende levenstadia is onbekend.

Als eerste stap zal op basis van bestaande kennis over reproductie, longevity en gegevens over strandingen een populatiemodel worden ontwikkeld voor de bruinvis waarmee de ontbrekende gegevens over overleving kunnen worden ingeschat (gebaseerd op methode Klok et al. 2009, Animal Biology).

In een vervolg hierop zal het model worden gekoppeld met modules die de effecten van visserij, geluid en toxische stoffen op de reproductie en overleving beschrijven, waarmee het cumulatieve effect op de populatiedynamiek kan worden berekend.

Werkwijze
Data verzameling: in samenwerking met de universiteit van Leiden en andere partijen zullen strandinggegevens van de bruinvis langs de Nederlandse kust worden verzameld over de periode 1920 tot 2009. Deze data zal met statistische modellen worden geanalyseerd om te achterhalen of er veranderingen zijn opgetreden in leeftijd en grootte over de tijd. De met deze data te achterhalen leeftijdsopbouw van gestrande dieren zullen met populatiemodellen worden geanalyseerd om de leeftijdsafhankelijke sterfte van de soort in de Nederlandse wateren te achterhalen.

Beoogd resultaat

- Voor marine zoogdieren is een model raamwerk ontwikkeld om de populatievitaliteit te evalueren op basis van incomplete life-history gegevens.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. C. Klok

Related research (upper level)


Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation