KNAW

Onderzoek

Indeling fosfaatklassen

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Indeling fosfaatklassen
Looptijd 01 / 2011 - 12 / 2011
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1345879

Samenvatting

Probleemstelling
In het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn Nederlandse landbouwgronden ingedeeld in drie fosfaatklassen, te weten laag , neutraal en hoog . De grenzen tussen deze wettelijke klassen zijn beleidsmatige vertalingen van de klassen uit de landbouwkundige adviezen. Voor bouwland is de grens tussen de klassen laag en neutraal vastgesteld op Pw-getal < 36 mg P2O5/l om ondernemers de tijd te geven hun bedrijfsvoering aan te passen aan het nieuwe beleid. In het kader van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn kan de grens tussen de klasse laag en neutraal op een lager niveau worden vastgesteld. De landbouwkundige en milieukundige gevolgen van wijziging van de grenswaarden voor het areaal, mestplaatsingsruimte en ontwikkeling van de fosfaattoestand zijn onvoldoende bekend.

Doelgroep en kennisbehoefte
Doelgroep: primair ministerie van EL&I en secundair ministerie van I&M, landbouwsector, waterschappen en provincies.
Kennisbehoefte: Inzichtelijk maken van de landbouwkundige en milieukundige gevolgen van wijziging van de grenswaarden voor het areaal, mestplaatsingsruimte en ontwikkeling van de fosfaattoestand bij wijziging van grenswaarden van de klasse-indeling van de fosfaattoestand van landbouwgrond.

Doelstelling project
Het doel van is om vast te stellen wat de landbouwkundige en milieukundige gevolgen zijn van een aantal scenario s van wettelijke fosfaatklassen voor bouwland en grasland. De landbouwkundige gevolgen voor grasland worden bestudeerd in het project BO-12-07.008-011 Differentiatie fosfaatgebruiksnorm van Frans Aarts.

Relevantie project voor EL&I
Het project resulteert in een technisch wetenschappelijk rapport over de landbouwkundige en milieu­kundige gevolgen van huidig en gewijzigde klasseindeling van de fosfaattoestand van land­bouwgrond. Inzicht in deze gevolgen dient beleidsvoorbereiding- en beslissingen bij differentiatie van fosfaatgebruiksnormen in het kader van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Aanpak en tijdspad
Aanpak
Om de gevolgen van verandering van wettelijke fosfaatklassen in kaart te brengen wordt eerst nagegaan volgens welke systematiek de gehanteerde fosfaatklassen met bijbehorende adviesgiften in de bemestingsadviezen zijn onderbouwd en of een standaardisatie over sectoren mogelijk is. Vervolgens confronteren we dit met een aantal varianten van wettelijke klassen met bijbehorende fosfaatgebruiksnormen (vast te stellen in overleg met opdrachtgever) en brengen we de landbouwkundige (stap 4, voortvloeiend uit stap 1-3) en milieukundige consequenties van die varianten in beeld (stap 5).
Het onderzoek berust op bureaustudie. Het werkplan omvat de volgende activiteiten
1. Beschrijving van de systematieken waarmee de fosfaattoestand van de Nederlandse cultuurbodem wordt gewaardeerd ten behoeve van landbouwkundige productie.
De systematiek van de waardering volgt bemestingsadviezen. In Nederland gelden 7 openbare bemestingsadviezen die elke onderscheidenlijke indeling van de fosfaattoestand in klassen hebben, zowel wat betreft gehanteerde fosfaatparameters (Pw-getal, P-Al-getal, etc.) als de grenswaarden tussen de klassen. Om tot die indeling te komen is een systematiek gehanteerd. Die systematiek verschilt doorgaans per sector. Deze activiteit heeft tot doel om deze systematieken en verschillen te benoemen met overzicht van gehanteerde indeling van klassen. Niet openbare bemestingsadviezen met klasse-indeling worden niet beschreven.
2. Beschrijving van de onderbouwing van de criteria voor indeling in fosfaatklassen van bemestingsadviezen.
De systematieken onderscheiden zich in methoden van calibratie en de vertaalslag naar de landbouwpraktijk. Bij calibratie gelden criteria voor fysieke opbrengstderving, economische opbrengstderving, derving van kwaliteit, behoud van de fosfaattoestand (fosfaatbalans). De systematiek kan uitsluitend gericht zijn op perceelsniveau maar ook kan het bedrijfsniveau in de calibratie zijn betrokken. Dit onderscheid en de criteria bij calibratie worden beschreven. Tevens wordt de robuustheid van die onderbouwing in klassen onderzocht. Dit leidt tot inzicht of gehanteerde klasse-indeling berusten om harde meetgegevens en/of een klasse-indeling gebaseerd is op gedateerde inzichten meer voorkomend uit expert judgement dan gebaseerd om objectieve calibratie van gewasreactie (inclusief kwaliteit) op fosfaat­toestand en fosfaatbemesting.
3. Beschrijving van opties voor indeling van fosfaatklassen van bemestingsadviezen en mogelijkheden tot standaardisatie.
Omdat de systematiek en de onderbouwing van de indeling van fosfaatklassen verschillen, wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om voor alle sectoren een uniforme systematiek te hanteren. Indien dit mogelijk blijkt te zijn, wordt deze systematiek beschreven. Indeling van fosfaatklassen kan gecalibreerd worden op perceels- en/of bedrijfniveau. De calibratie kan gebaseerd zijn op fosfaatbehoefte en/of op fosfaatafvoer. Mogelijke opties met hun consequenties worden beschreven met pro s en con s. Bepaling van landbouwkundige gevolgen van wijziging van huidige indeling van fosfaatklassen naar andere indelingen worden aangegeven. Deze berekening kan op perceelsniveau gebaseerd zijn dan wel op bedrijfsniveau. Voor grasland (inclusief maïsland bij graasveehouderij) wordt dit onderdeel uitgevoerd in het project van Frans Aarts. De akkerbouwmatige teelt van snijmaïs valt binnen dit project.
4. Bepaling van landbouwkundige gevolgen van wijziging van huidige indeling van wettelijke fosfaatklassen naar andere indelingen.
Berekend wordt van de landbouwkundige gevolgen zijn van wijziging van de huidige wettelijke klasse-indelingen. Deze berekening kan op perceelsniveau gebaseerd zijn dan wel op bedrijfsniveau. In het laatste geval wordt uitgegaan van een aantal representatieve bedrijfstypen voor de verschillende sectoren. Voor grasland (inclusief maïsland bij graasveehouderij) wordt dit onderdeel uitgevoerd in het project van Frans Aarts. De akkerbouwmatige teelt van snijmaïs valt binnen dit project.
5. Bepaling van de milieukundige gevolgen van huidige en beoogde indeling van wettelijke fosfaatklassen. De milieuhygiënische gevolgen van huidige en beoogde indeling van wettelijke fosfaatklassen voor de Nederlandse bodem worden in dit project gelijkgesteld aan de mate waarin fosfaat uit- of afspoelt gegeven de fosfaattoestand. Voor dit doel worden relaties tussen fosfaat­bodem­parameters en fosfaatuit- en afspoeling met beschikbare databestanden afgeleid inclusief daaraan verbonden onzekerheden. Onderscheid wordt daarbij aangebracht tussen uitspoeling en afspoeling. Bij uitspoeling speelt de fosfaattoestand een hoofdrol maar dit behoeft niet zo te zijn voor afspoeling. De daar voor verantwoordelijke processen worden inzichtelijk gemaakt.
6. Evaluatie en rapportage. Het project start in 2011 en loopt door tot maart 2012.

Resultaten
Het resultaat is een openbaar rapport met bevindingen van de bureaustudie

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderzoeker Dr.ir. W.J. Chardon
Onderzoeker Ir. J.C. Curth-van Middelkoop
Onderzoeker Ir. W. van Dijk
Onderzoeker Dr.ing. G.F. Koopmans
Onderzoeker Ir. M.P. van der Maas
Onderzoeker Dr.ir. A.A. Pronk
Onderzoeker Dr.ir. H. van Reuler
Onderzoeker Dr. C. van der Salm
Projectleider Ir. P.A.I. Ehlert

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie