| Titel | Productgebaseerde effectanalyse |
|---|---|
| Looptijd | 01 / 2011 - onbekend |
| Status | Lopend |
| Onderzoeknummer | OND1346226 |
| Probleemstelling Mens en dier staan continu bloot aan factoren die van invloed zijn op de balans tussen diverse biologische functies in het lichaam (homeostase). Voeding speelt een belangrijke, vaak preventieve rol om kleine verstoringen in de balans te herstellen. Het onderzoek binnen dit project heeft als doel methoden te ontwikkelen, te evalueren en toe te passen om het effect van voedselproducten te (kunnen) onderzoeken, met een focus op darmgezondheid (barrière functie, ontstekingen), het immuunsysteem (zowel innaat als adaptief), insulineresistentie (startende diabetes) als ook toxische effecten. De casestudies zullen zich concentreren rond deze thema s waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van producten van plantaardige oorsprong met vooral polyfenolische verbindingen en polysacchariden (van nature of toegevoegd als additief) en niet-toxische of onschadelijke stoffen die als ingrediënt voorkomen in gangbaar voer/voeding. Daarbij worden zowel humane interventie trials gebruikt, dierstudies (varkens en kleine knaagdieren) en in vitro modellen. Het varken is een erg relevant proefdier omdat zowel het darm- als immuunsysteem grote overeenkomsten vertonen met de mens. De ontwikkeling van in vitro modellen is van belang om in de toekomst zo veel mogelijk productontwikkeling te ondersteunen en om het aantal dierproeven te verminderen. Belangrijke stappen bij het aantonen van gezondheidseffecten zijn de biochemische karakterisering van de bioactieve componenten (rol PSG, RIKILT), het aantonen van opname en biobeschikbaarheid (rol PSG, ASFG, RIKILT, ASG), het onderzoeken van de onderliggende fysiologische werkingsmechanisme gebruikmakend van biomarkers gebaseerd op genexpressie, cytokines, chemokines en andere specifieke componenten (rol ASG, PSG, RIKILT, AFSG) en het meten van werkelijke gezondheideffecten (verminderingen van ziekte-incidenties, ziekteperiode en hevigheid van de ziekte (rol ASG, en via externe samenwerking met WUR-Humane Voeding). Door de huidige onderzoeksmethoden en modellen binnen WUR bij elkaar te brengen en op basis van dezelfde producten de modellen te evalueren zal meer duidelijk worden hoe de methoden en modellen gebruikt en geïnterpreteerd dienen te worden om zoveel mogelijk betrouwbare voorspellingen te kunnen doen op humaan-, dier- en populatieniveau. Doelstelling project Het opzetten en aan elkaar koppelen van humane, dier en in vitro modellen binnen WUR voor het uitvoeren van risk-benefit analyses op basis van humane- en diervoedingsproducten. Onderbouwing van health claims en analyse van health risks op producten wordt een belangrijk werkterrein voor WUR. Verbeterde kennis over de effecten en werkingsmechanismen van voedingsproducten levert nieuwe strategieën en methoden op om door middel van voeding gezondheid te sturen. Door het gezamenlijk optrekken binnen WUR en het genereren van een aantal duidelijke business cases waarin de WUR expertise en aanwezige modellen benut worden zal een nieuwe functie richting bedrijfsleven en overheid gecreëerd worden. Relevantie project voor EL&I Het onderzoek is relevant vanuit verschillende perspectieven: Het onderzoek zal een bijdrage leveren aan nieuwe voedselproducten die een gezondheidsclaim zouden kunnen dragen voor de (dier)voedselindustrie in Nederland, een belangrijke bedrijfstak die draait op nieuwe innovatieve producten. Het onderzoek draagt op de lange termijn bij aan het verminderen van proefdiergebruik bij risico analyses en onderbouwing van gezondheidseffecten en is een belangrijke aanvulling op het gangbare epidemiologische onderzoek in het voedingsonderzoek. Het draagt bij aan verbeterde risk-benefit analyses waarbij de producten centraal staan en geen kort-door-de-bocht conclusies worden genomen maar gedegen conclusies die overgenomen zouden kunnen worden door voedingscentra en ook andere overheidsinstellingen van achtergrondinformatie kunnen voorzien. Het onderzoek, de faciliteiten en opgebouwde expertise zal een goed platform zijn voor het ondersteunen van het Nederlandse bedrijfsleven. De ontwikkelde in vitro systemen zullen getest worden als detectiemethoden van hormoon of andere verboden stoffen en daarmee een bijdrage leveren bij het naleven van wetten en het meten van risico s. Inzicht in de bijdrage van de genetische achtergrond op productgebaseerde effecten. Vanuit het perspectief van de dierhouderij draagt een verbeterde darmgezondheid bij aan een duurzamere productie en een verminderd antibioticumgebruik. Aanpak en tijdspad Begin 2011 zullen de onderzoekers bij elkaar zitten om producten te definiëren en een grote proefopzet te bedenken waarin alle genoemde facetten zo veel mogelijk aan elkaar gekoppeld gaan worden. In maart 2011 verwachten we de proefopzet te kunnen afronden waarna het onderzoek gestart kan worden. Elke 3 maanden zullen de voortgangen met elkaar besproken worden en het project bijgestuurd worden om zoveel mogelijk de opgebouwde kennis uit te wisselen, te verbeteren en te gebruiken om methoden en modellen te verbeteren en uit te wisselen. Resultaten Door de huidige onderzoekmethoden en modellen binnen WUR bij elkaar te brengen en op basis van dezelfde producten de modellen te evalueren zal meer duidelijk worden hoe de methoden en modellen gebruikt en geïnterpreteerd dienen te worden om zoveel mogelijk betrouwbare voorspellingen te kunnen doen over de effecten van voedsel producten op humaan-, dier- en populatieniveau. Het samenbrengen van de expertise in de verschillende groepen leidt tot een toolbox van methoden waarmee we de industrie kunnen ondersteunen. We kunnen heel gericht tools inzetten die aansluiten bij de vraag van de industrie om gezondheidseffecten te onderbouwen of risico s bij een product uit te sluiten. De specifieke resultaten van de vijf onderliggende projecten zijn beschreven in de onderliggende projecten en zullen begin 2011 beter op elkaar afgestemd en geformuleerd worden. Afhankelijk van de genetische achtergrond van de proefpersonen, hun darmflora en levensomstandigheden, blijken de verschillende voedingsstoffen/bioactieven per persoon een verschillende biobeschikbaarheid te hebben. Door via metabolomics analyse een mengsel van een aantal plantaardige extracten te analyseren op inhoudstoffen, en vervolgens het plasma en de urine van proefpersonen uit een interventiestudie met deze extracten, te analyseren op de plantmetabolieten, of gederivatiseerde producten daarvan, krijgen we informatie over persoonsgebonden verschillen in biobeschikbaarheid en opnamesnelheid van plant bioactives (PSG). Informatie wordt verkregen over de biobeschikbaarheid, effect op metabole activiteit en toxiciteit op darmweefsel en inzichten over werkingsmechanismen van stoffen (RIKILT). Onderbouwing van de risk-benefit analyse van verschillende voedingsgebaseerde polysachariden en polyphenolen voor het darm en immuun systeem (AFSG). Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |
| Penvoerder | Food & Biobased Research (WUR) |
|---|---|
| Financier | Directie Agrokennis (EL&I) |
| Onderzoeker | Ing. A.J.W. Hoekman |
|---|---|
| Projectleider | Dr. M.A. Smits |
Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie