KNAW

Research

Interactieve ontwerpmethodieken voor integrale duurzaamheid (NL)

Pagina-navigatie:


Update content


Title Interactieve ontwerpmethodieken voor integrale duurzaamheid (NL)
Period 01 / 2012 - 12 / 2013
Status Current
Research number OND1346286

Abstract (NL)

Probleemstelling
Ontwerpbenaderingen als RIO hebben tot nog toe echter veelal het primaire bedrijf als systeemgrens. Dit blijkt onvoldoende voor complexere vormen van integraal duurzame agrarische productiesystemen. Integrale duurzaamheid vereist in dat verband (1) wijdere systeemgrenzen dan het primaire landbouwbedrijf, zowel in termen van probleemidentificatie als oplossingsruimte. Het object van ontwerp is dan veeleer een keten, of zelfs een combinatie van ketens die traditionele sectoren overschrijdt. Een specifiek probleem hierbij is dat dergelijke ontwerpen onvoldoende aansluiten bij de huidige businessmodellen van bedrijven (specialisatie) en de veelal sectorale insteek van wetgeving en instituties.

Daarenboven vereist integrale duurzaamheid (2) een veel nauwere verbinding tussen (maatschappelijke en economische) vraag en aanbod, dan de klassieke productie- en technologiegedreven systemen. De wijze waarop een grote, diverse en vanuit de perceptie van de sector dubbelhartige groep stakeholders als burgers-die-vaak-ook-consumenten-zijn veel nauwer kan worden betrokken bij ontwerp en realisatie van duurzame systemen, danwel dergelijke ontwerpen veel beter kunnen inspelen op oordeel en gedrag van specifieke groepen burgers/consumenten is daarbij een belangrijke methodische en praktische uitdaging.
Daarbij wordt ook de vraag gesteld (3) of (her)ontwerpmethodieken als RIO ook vruchtbaar kunnen worden ingezet in veel voorkomende situaties waarin er al nadrukkelijk geïnvesteerd is in technologische beloften, gericht op duurzaamheid (zoals bijvoorbeeld Teelt de grond uit , Adaptieve kas of Showcase Flevoland ) maar waarin tegelijk nog onvoldoende is geïnvesteerd in het integreren van sociale en institutionele factoren die dergelijke innovaties uiteindelijk maken of breken. De werkhypothese is, dat herontwerp volgens RIO ook heel goed zou kunnen plaatsvinden met dergelijke technologisch gedreven beloften als uitgangspunt, waarbij die vernieuwingen eerst herleid worden tot een aantal basisprincipes (zoals functionele ordening en kerningrepen), om vervolgens via een methodisch ontwerpproces opnieuw en anders gecontextualiseerd kunnen worden, waarbij met meer factoren dan alleen de technische rekening kan worden gehouden. Dit past bij de nadruk op het belang van iteratie in RIO, en in methodisch ontwerpen.

De probleemstelling van dit project valt uiteen in de volgende onderdelen:
1) Interactieve ontwerpmethoden als RIO en de ervaringen daarmee moeten nog beter worden gedocumenteerd om ze aanpasbaar en toepasbaar te maken in andere contexten (zoals plantaardige systemen) en bij wijdere systeemgrenzen;
2) De conceptuele en methodische consequenties van wijdere systeemgrenzen voor deze ontwerpmethodieken dienen te worden geïdentificeerd;
3) De methodische en procesmatige voorwaarden in kaart te brengen voor het gebruik van primair technologisch gedreven beloften (vernieuwingen met een specifieke duurzaamheidsclaim) als startpunt in een herontwerp-proces volgens RIO, met het oog op het integreren van meervoudige perspectieven en doelen in het ontwerp;
4) De mogelijkheden dienen in kaart te worden gebracht voor een systematischer articulatie van de (maatschappelijke en economische) vraag in deze methodieken door middel van directe interactie met burgers/consumenten, dan wel door middel van modellering van gedrag en oordeel van specifieke groepen burgers/consumenten en omzetting daarvan in ontwerpcriteria;
5) De ontwikkelde instrumenten in 2, 3 en 4 dienen te worden getoetst in concrete cases in de praktijk

Achtergrond/aanleiding
De Nederlandse land- en tuinbouw is vergaand gespecialiseerd. Dat betekent in veel gevallen dat individuele bedrijven slechts één hoofdproduct produceren. Daarbij komt nog dat sectoren vaak ruimtelijk geclusterd zijn, onder andere vanwege de grondsoort, de aanwezigheid van toeleveranciers en afnemers of door overheidsbeleid. De combinatie van ruimtelijke clustering en de hoge specialisatiegraad van individuele bedrijven leidt in toenemende mate tot problemen. De economische noodzaak voor verdere bedrijfsontwikkeling is evident, terwijl de verdere ontwikkelruimte voor de huidige agrarische productiesystemen steeds verder wordt beperkt, zowel fysiek als sociaal-maatschappelijk en economisch.

Er is grote maatschappelijke behoefte aan perspectiefvolle productiesystemen die meervoudig (of zoals het in het huidige beleid genoemd wordt: integraal ) duurzaam zijn (people, planet, profit). Binnen Wageningen bestaat een lange traditie van het initiëren en begeleiden van veranderingsprocessen op een interactieve manier, via multi-stakeholderprocessen. Veelal concentreerde zich dat echter rond specifieke gebiedsprocessen. De afgelopen jaren is deze Wageningse benadering ook doorgedrongen tot het meer technische domein, door een klassieke ingenieursactiviteit, het ontwerpen , centraal te stellen in interactieve deliberatieve processen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is Reflexief Interactief Ontwerpen (RIO), waaromtrent de afgelopen jaren het nodige is ontwikkeld en gepubliceerd, en waarvoor de belangstelling groeit, ook in het buitenland. In diverse projecten in de veehouderij (Comfort Class, Houden van Hennen, Kracht van Koeien, Varkansen, Pluimvee met Smaak, Well-Fair Eggs, Konijnen op Koers, RIO Kalveren, RIO Eend en RIO Kalkoen) is RIO ontwikkeld, toegepast en aangevuld met nieuwe en aanvullende stappen en instrumenten. Interactief ontwerpen van nieuwe productiesystemen blijkt vruchtbaar in het werken aan systeeminnovatie, omdat het een gelijktijdig effect heeft op het ontstaan van lerende experimenten in de praktijk (het niche level) én het creëren van ruimte voor vernieuwende praktijken op het niveau van het structurerende sociotechnische regime (dual track governance). Het ontwerp en het ontwerpproces hangen dan ook nauw met elkaar samen, en zijn gericht op materiële verandering in de praktijk.

Doelgroep en kennisbehoefte
Primaire doelgroep wordt gevormd door projectleiders en andere onderzoekers die in concrete projecten bezig zijn of gaan met ontwerpen in een interactieve context. De kennisbehoefte betreft enerzijds de verdieping van bestaande ontwerpmethodieken (zoals RIO), zodat deze effectiever kunnen bijdragen aan innovatie en veranderingsopgaven, en anderzijds aan de verbreding van die methodieken naar andere sectoren dan de veehouderij en naar ketenbrede opgaven.

Secundaire doelgroep betreft het lokale en nationale beleid, dat ontwerpprojecten wil inzetten als instrument in veranderingsopgaven. Speciale kennisbehoefte bij deze doelgroep is de verbinding met (visies van) burgers.

Doelstelling project
Het doorontwikkelen van interactieve ontwerpmethoden voor complexe integraal duurzame agrarische productiesystemen. Integrale duurzaamheid vereist (1) wijdere systeemgrenzen dan het primaire landbouwbedrijf, zowel in termen van probleemidentificatie als oplossingsruimte. Integrale duurzaamheid vereist ook (2) een veel nauwere verbinding tussen (maatschappelijke en economische) vraag en aanbod, dan de klassieke productie- of technologiegedreven systemen.

1.2 Wetenschappelijke kwaliteit en relevantie
De RIO-aanpak blijkt een interessante toevoeging te zijn op het instrumentarium binnen transitiemanagement, waarvoor ook buiten het agro-domein wetenschappelijk belangstelling bestaat. Dat blijkt onder meer uit de zichtbaarheid van deze aanpak in het (inmiddels afgesloten) KSI-programma.
Binnen de RIO-aanpak wordt samengewerkt met de leerstoelgroep Beleidswetenschappen, in het bijzonder Systeeminnovaties bij UvA, alsmede de leerstoelgroepen Communicatie en Innovatie Studies en Marktkunde. Een mogelijke koppeling is er verder met de Leerstoelgroep Rurale Sociologie via een casus rond stadslandbouw.

Relevantie EL&I
Interactieve ontwerpmethodieken gericht op het bijdragen aan systeemsprongen past in het LNV-beleid gericht op het verduurzamen van de landbouw. In het veehouderijdomein wordt deze aanpak zelfs expliciet als instrument benoemd en gebruikt. Dit onderzoek sluit verder aan bij NMP4 (2001). Interactief ontwerpen blijkt vruchtbaar in het werken aan systeeminnovaties (met daarin duurzaamheidsprongen) én het creëren van ruimte voor vernieuwende praktijken op institutioneel niveau.

Aanpak en tijdspad
In 2011 worden uitgevoerd


1) Het systematisch ordenen en toepasbaar maken van huidige interactieve ontwerp methodieken voor duurzame productiesystemen. Dit resulteert onder andere in

Een overzichtspaper voor een Engelstalig journal, waarin de hoofdlijnen van die ervaringen met RIO worden geïdentificeerd, en conclusies worden getrokken voor RIO versie 2. Voor de hand ligt dat dit paper in twee vormen voor twee doelgroepen geschikt kan worden gemaakt: internationaal veehouderij-onderzoek (technische wetenschappen) en internationaal systeeminnovatie-onderzoek (sociale wetenschappen).
Een handboek (versie 1) maken met lessen en best practices uit de RIO projecten tot nu toe. Gericht op een bredere doelgroep dan alleen projectleiders in innovatieprojecten in de veehouderij. Doel van het handboek is het faciliteren van keuzes in en management van systeeminnovatieve herontwerptrajecten volgens RIO.
Presentatie op de Transitie-conferentie in Lund 2011.
2) Conceptuele en methodische analyse van de toepassingsmogelijkheden van RIO bij bredere systeemgrenzen (voor het ontwerp) dan het primaire bedrijf. Dit gebeurt zoveel mogelijk aan de hand van concrete cases, in interactie met de betrokken projectteams. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de ervaringen in Reflexieve Monitoring in Actie (RMA).
3) Doordenking van de methodische en procesmatige voorwaarden voor het gebruik van primair technologisch gedreven beloften (vernieuwingen met een specifieke duurzaamheidsclaim) als startpunt in een herontwerp-proces volgens RIO, met het oog op het integreren van meervoudige perspectieven en doelen in het ontwerp. Dit geschiedt wederom in nauwe interactie met de betrokken projectteams, en op basis van gesprekken met potentiële gebruikers en betroffenen.
4) Het op basis van 1) en 2) verdiepen en doorontwikkelen van (instrumenten binnen) de RIO-aanpak op de gebieden:
2 Systeemanalyse
3 Methodisch ontwerpen
4 De interactieve functie in relatie tot participatie van burgers/consumenten
5 De verankeringsproblematiek in het geval van intersectoraal ontwerp (regime-eigenschappen op het gebied van bedrijfspraktijken en businessmodellen).
De kaders hiervoor worden enerzijds bepaald door het in 1) en 2) geproduceerde handboek en anderzijds op basis van verwachte behoeften over ontwerp uit concrete casussen waarvoor in de concrete cases (4) ontwerpen worden uitgewerkt.
Wat betreft burgerparticipatie ligt de nadruk ligt op het verkennen van de mogelijke rollen en invloed van burgers in het ontwerpproces, en op de invloed van verbinding tussen boer en burger en burgers onderling op het ontwerptraject. Onderscheid wordt gemaakt naar generieke / anonieme ontwerpen voor duurzame landbouw waarbij gedrag en oordeel van specifieke categorieën burgers zodanig dienen te worden gemodelleerd dat ze geoperationaliseerd kunnen worden in ontwerpcriteria en gecontextualiseerde cq gelocaliseerde ontwerpen waarbij directe betrokkenheid of initiatief van omwonenden en individuele ondernemers meer voor de hand ligt.
5) De doorontwikkeling onder (2) en (3) geschiedt in nauwe samenhang met casussen waarbij sprake is van sectoroverschrijdend ontwerp en/of burgerparticipatie. Hierbij wordt een koppeling gelegd tussen KB VI (ontwerpmethodiek) en KB II en KB III (casussen). Mogelijke casussen uit KB II in 2011 zijn: Teelt de Grond Uit , Showcase Flevoland (Agroproductie 21ste Eeuw), More crop per drop on top , en Stadslandbouw . Voor KB III gaat het om kleinschalige bioraffinage cases, en met name lopende grasraffinageprojecten. Daarnaast wordt de koppeling gelegd met een lopende KP7-call i.s.m. INRA aangaande ontwerpen waarin dierlijke en plantaardige productiesystemen geïntegreerd worden (CAN Together). Indien dit KP7 programma wordt toegewezen, kan dit project in 2012 zeer goed als cofinanciering dienen, gezien de gelijkluidende vraagstukken. Tot slot zijn lopende BO-herontwerpprojecten in de veehouderij voeding voor het project.

In 2012 worden uitgevoerd
1) Aanpassen van het handboek (versie 2) op basis van de geleerde lessen in de praktijkcasussen, en publicatie daarvan in verdiepende papers.
2) Toepassing van de doorontwikkelde aanpak in cases in 2012 en toetsing van de effectiviteit daarvan.
3) Analyse van de effectiviteit van de doorontwikkelde aanpak in termen van verankering en maatschappelijk effect, en publicatie daarvan in een wetenschappelijk journal.

Organisatie
Voorlopig wordt uitgegaan van het volgende model:
- Een klein kernteam met trekkers vanuit de drie participerende science groups, dat verantwoordelijk is voor de verbindingen tussen de verschillende onderdelen en zorg draagt voor het behalen van de deliverables
- Een projectgroep rond de activiteiten 1 en 2, waarin WLR in de lead is, met (desgewenst) actieve deelname van één of meer onderzoekers van PSG en AFSG
- Een projectgroep rond de activiteit 3, waarin AFSG in de lead is, met actieve deelname van één of meer onderzoekers van WLR en PSG
- Een projectgroep rond de activiteit 4, waarin PSG in de lead is, met actieve deelname van één of meer onderzoekers van WLR en AFSG
De verschillende cases uit de andere KB-thema s worden per activiteit betrokken door de betreffende projectgroep. In ieder geval wordt er op twee momenten in het jaar een dag georganiseerd waarin de verschillende cases en de verschillende activiteiten inhoudelijk aan elkaar worden gekoppeld.

Resultaten
Resultaten 2011

Handboek reflexief interactief ontwerpen versie 1
Overzichtspaper
Een rapportage over de toepassingsmogelijkheden van en mogelijke additionele tools voor RIO bij aanwending daarvan in ontwerpvraagstukken met bredere systeemgrenzen dan het primaire bedrijf, en bij aanwending daarvan in situaties waarin er al nadrukkelijk een technologisch gedreven belofte als startpunt van een project op de agenda staat. Wetenschappelijke paper gericht op burgerparticipatie in ontwerpprocessen, versus operationalisatie van gedrag en oordeel van groepen burgers/consumenten in ontwerpcriteria. 2 congresbijdragen
Verbreding vaardigheden en competenties RIO bij projectleiders die niet binnen de veehouderij actief zijn.

Resultaten 2012
Handboek reflexief interactief ontwerpen versie 1
2 andere ontwerpen voor integraal duurzame productiesystemen die sectoroverschrijdend zijn, cq. verbrede systeemgrenzen kennen (volgend uit de casussen).
Wetenschappelijk paper over de effectiviteit van de doorontwikkelde aanpak in termen van verankering en maatschappelijk effect.
Verbreding vaardigheden en competenties RIO bij projectleiders die niet binnen de veehouderij actief zijn.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Dr.ir. E. Annevelink
Researcher Dr. H.L. Bos
Researcher Ir. O.N.M. van Eijk
Researcher Ir. M.J. Groot
Researcher Ir. E.R.P. Keijsers
Researcher Drs. A.T. Krikke
Researcher Ir. E.H. Poot
Researcher Ir. H.B. Schoorlemmer
Researcher Dr.ir. S.F. Spoelstra
Researcher Ing. B.A.J. van Tuijl
Researcher Ir. T. Vermeulen
Project leader Dr. A.P. Bos

Related research (upper level)


Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation