KNAW

Research

Verbetering transport en doden (NL)

Pagina-navigatie:


Update content


Title Verbetering transport en doden (NL)
Period 01 / 2011 - unknown
Status Completed
Research number OND1346360

Abstract (NL)

Probleemstelling
Voor dit hoofdproject is geen werkplan, maar onderstaande tekst kan op KOL.

Onderzoek in dit cluster van activiteiten is vooral gericht op het verbeteren van de condities van transport en aanvoer op het slachthuis. Ook wordt onderzocht hoe vooraf kan worden vastgesteld dat bepaalde dieren, afhankelijk van de duur van het transport, onvoldoende geschikt zijn om het transport probleemloos te doorstaan. Tenslotte wordt onderzocht hoe bij leghennen voorkomen kan worden dat er een noodzaak bestaat tot het doden van eendagshaantjes.

In een internationale workshop georganiseerd door EL&I en Wageningen UR Livestock Research is het gebrek aan ruimte (beladingsdichtheid) tijdens transport als belangrijk risico voor dierenwelzijn geïdentificeerd[1]. Ondermeer is vastgesteld dat voor andere varkens dan slachtvarkens er een duidelijk kennistekort bestaat. Het onderzoek wordt in Duitsland samen met medewerkers van het Federal Research Institute for Animal Health (FLI) uitgevoerd en is gericht op het meten van het welzijn van varkens van verschillende gewichtscategorieën tijdens transporten over lange afstand in relatie tot de beladingsdichtheid en het microklimaat. De resultaten van het onderzoek zijn van belang voor een concretere invulling van de transportrichlijn.

In het kader van Europese samenwerking met het Spaanse Institut de Recerca i Tecnologia Agroalimentaries (IRTA) wordt een objectieve methode ontwikkeld die zorgt voor duidelijke richtlijnen en daarmee uniformiteit in de afweging welke dieren wel of niet mogen worden getransporteerd over de weg (voorafgaand aan transport en op controle posten) en welke transportduur acceptabel is. Hiermee kan ook internationaal uniformiteit worden bereikt. Het protocol wordt in eerste instantie ontwikkeld voor transport over de weg van biggen, slachtvarkens en slachtrunderen. Wanneer dit protocol voor deze diergroepen werkt, kan dit in worden gezet bij andere diersoorten. De aanvraag voor dit onderzoek ligt bij de EU.

Methoden voor het verantwoord doden van dieren worden door zowel publiek als de veterinaire wereld kritisch gevolgd. Volgens het Besluit doden van dieren (GWWD, 1992) dient de fixatie methode het welzijn van de dieren zo min mogelijk te schaden. Op dit moment voldoet het ophangen van pluimvee niet aan dit criterium, maar wordt tot nu toe gedoogd. Als start wordt een beperkt literatuur onderzoek uitgevoerd naar de alternatieven om pluimvee elektrisch te bedwelmen zonder de vogels op te hangen. In samenspraak met een apparatenbouwer zal worden besloten welke fixeertoestellen in een pilot worden onderzocht. Vervolgens worden maximaal 2 alternatieve fixeerapparaten als prototypen gebouwd (protoype1) en bij vleeskuikens getest op hun bruikbaarheid.

Een ander probleem met het doden van dieren is dat de wet niet kan worden gehandhaafd, omdat er geen betrouwbare klinische methode beschikbaar is om in praktijksituaties bewustzijn dan wel bewusteloosheid aan te tonen. Hierdoor kan niet aan de toekomstige EU wetgeving worden voldaan, omdat hierin wordt geëist dat er wordt gecontroleerd op een correcte verdoving. Daarom is onderzoek voorbereid naar de ontwikkeling van een meetmethodiek en of meetmodule voor het meten van bewusteloosheid bij vleeskuikens en slachtvarkens. Deze meetmethode moet inzetbaar zijn onder praktijk omstandigheden.

Het doden van eendagshaantjes staat bij herhaling bloot aan maatschappelijke kritiek en is regelmatig onderwerp van politiek debat. Op basis van eerder onderzoek[2] heeft de minister naar de tweede kamer (1 oktober 2008) aangegeven dat drie alternatieven voor het doden van eendagskuikens in principe dienen te worden onderzocht. Hiervoor worden twee studies uitgevoerd. Enerzijds worden mogelijkheden bestudeerd of de geslachtsvorming van de kip kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren aan te passen. Anderzijds wordt nagegaan of het uitselecteren van versgelegde mannelijke eieren kan worden vergemakkelijkt door gebruik te maken van genetische modificatie. Voor dit laatste onderdeel wordt intensief samengewerkt met het Roslin Institute (University of Edinburgh) en worden mogelijkheden onderzocht voor gerichte insertie in het genoom van een genconstruct dat codeert voor green fluorescent protein (GFP). Uiteindelijk doel is een kippenlijn waarin de insertie stabiel en overerfbaar is.
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Related research (upper level)


Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation