| Centrale vraag uit het onderzoek Wat is de meerwaarde van Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) boven therapeutische gezinsverpleging voor kinderen onder de 8 jaar? Beschrijving Het aantal kinderen dat gebruik maakt van pleegzorg in Nederland neemt toe tot bijna 20.000, waarbij opvalt dat de toename vooral heel jonge kinderen betreft (37% van het totaal is jonger dan 5 jaar). Binnen de zorglijn Therapeutische Pleegzorg van de Bascule is het merendeel van de pleegkinderen onder de 8 jaar en worden deze jonge pleegkinderen behandeld voor een combinatie van problemen betreffende gehechtheid, gedrag, stemming, angst en ontwikkeling. Deze problemen vergroten het risico op het mislukken van pleeggezinplaatsingen aanzienlijk. Daarom bestaat er de therapeutische gezinsverpleging (TGV-)methodiek, zoals binnen de zorglijn Therapeutische Pleegzorg van de Bascule. Maar ook de TGV-behandeling mislukt in een fors aantal gevallen (24 procent afgebroken pleeggezinplaatsingen in 2006 bij de zorglijn Therapeutische Pleegzorg). Vaak rest dan voor deze kinderen alleen residentiële opname. Residentiële opnamen zijn kostbaar en het probleemgedrag van het kind verbetert hierdoor niet. Multidimensional Treatment Foster Care for Preschoolers (MTFC-P) is een geprotocolleerd ambulant behandelprogramma dat in onderzoek in de VS het aantal afgebroken plaatsingen drastisch wist te reduceren. Het leidde sneller tot verbetering van gehechtheid en gedrag dan reguliere pleegzorg. Uit cortisol metingen bleek het programma ook affectregulatie te verbeteren. Vanaf 2007 is MTFC-P geïmplementeerd bij de zorglijn Therapeutische Pleegzorg van de Bascule. Dit onderzoeksproject toetst de meerwaarde van MTFC-P boven reguliere TGV-behandeling. De meerwaarde wordt getoetst middels een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek. In totaal worden 80 pleegkinderen (40 per conditie) in de leeftijd van 2 tot 7 jaar in het eerste jaar van plaatsing gevolgd door middel van vragenlijsten en interviews. Pleegouders vullen de volgende vragenlijsten in: de Child Behavior Checklist (CBCL) voor gedragsproblemen, Trauma Symptom Checklist for Young Children (TSCYC) voor PTSS- en traumaklachten, Revised Child Anxiety and Depression Scale-Parent Version (RCADS) voor angst- en depressieve klachten, en Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSI) over stress bij opvoeden. De leerkracht vult het Caregiver-Teacher s Report Form (C-TRF) voor gedragsproblemen in. Bij pleegouders worden de volgende klinische interviews afgenomen: het Disturbances of Attachment Interview (DAI) voor gehechtheidsproblemen, de Parent Attachment Diary (PAD) voor het bepalen van het type gehechtheidsgedrag en de Parent Daily Report (PDR) voor gedragsproblemen. Tot slot worden cortisol metingen gedaan bij het pleegkind en de pleegouders. Verbetering ten opzichte van de voormeting (intake waarna randomisatie) wordt na 6 en 12 maanden onderzocht ten aanzien van symptomen van verstoorde gehechtheid, gedragsproblemen en stress bij opvoeden. Ook wordt onderzocht of verbetering op deze eindpunten samenhangt met verbetering van symptomen gerelateerd aan angst, depressie en trauma. Verbetering van affectregulatie wordt onderzocht aan de hand van het diurnale ritme van cortisol. |