KNAW

Research

Ontwikkeling en implementatie van een zelfrapportage...

Pagina-navigatie:


Update content


Title Ontwikkeling en implementatie van een zelfrapportage signaleringsinstrument voor suïcidaliteit bij jongeren (NL)
Period 01 / 2011 - 12 / 2012
Status Current
Research number OND1346887
Data Supplier Website NJI

Abstract (NL)

Doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van een valide zelfrapportage signaleringsinstrument voor suïcidaliteit onder jongeren van 12 tot en met 20 jaar. In Nederland is behoefte aan een zelfrapportage signaleringsinstrument voor suïcidaliteit onder jongeren van 12 - 20 jaar in het VO en MBO, in de jeugd-GGZ, de ambulante en residentiële jeugdzorg en daarbuiten (Klink, 1 oktober 2008). Daarbij is behoefte aan een instrument dat invariant is voor etniciteit. Veel suïcidaal gedrag vindt plaats onder jongeren van uiteenlopende culturele achtergronden. Zorgadviesteams van VO en MBO, Centra voor Jeugd en Gezin en Jeugdgezondheidsdiensten van GGD's zijn attent op signalen van suïcidaliteit bij jongeren en willen diegenen selecteren die nadere aandacht behoeven. Momenteel is er geen gevalideerd Nederlandstalig instrument. In de jeugdzorg en in de jeugd-GGZ ontbreekt een valide signaleringsinstrument op grond waarvan behandelbeslissingen kunnen worden genomen. Vertaling van Engelstalige screeningsinstrumenten heeft nog niet plaatsgevonden. Het onderhavige voorstel beoogt een valide zelfrapportage signaleringsinstrument voor suïcidaliteit onder jongeren te ontwerpen en te implementeren. Een overzicht leert dat er goede Engelstalige screeningsinstrumenten zijn voor specifieke deelpopulaties, maar dat deze aanpassingen vergen voor multicultureel Nederland. Het instrument dient ook om fluctuaties in het suïciderisico te registreren en om verandering over de tijd als maat voor verbetering in behandeling in de jeugd-GGZ vast te stellen. Fase 1. Op grond van buitenlandse screeningsinstrumenten en Nederlands monitoringonderzoek (GGD Rotterdam-Rijnmond), ervaringen van ZAT teams en hulpverleners in de jeugd-GGZ, SuNa Den Haag, Mikado, en theoretische overwegingen wordt een itempool aangelegd van vragen over suïcidale gedachten en gedragingen en over risico-indicatoren voor suïcidaliteit (eerdere pogingen, sexueel misbruik, alcoholgebruik, ondraaglijke gevoelens) die aan vier groepen jongeren wordt voorgelegd: depressief suïcidale jongeren, depressief niet-suïcidale jongeren, niet-depressief suïcidale jongeren, en niet-depressieve niet-suïcidale jongeren. Vergelijking van de scores tussen deze vier groepen levert een gereduceerde itempool die verdere testconstructie mogelijk maakt (ROC analyses). Convergerende validiteit wordt onderzocht met gelijktijdige afname van vragenlijsten naar depressie (BDI) en hopeloosheid (BHS). De relatie met algemene psychopathologie wordt onderzocht door gelijktijdige afname van de Youth Self Report en de Strengths and Difficulties Questionnaire. Fase 2. Het voorlopige instrument wordt op predictieve waarde getest in een multiple cohortstudie van zes cohorten van elk 750 jongeren van 12 t/m 20 jaar op het VO en MBO (ROC's) (50% meisjes N=4500). Het signaleringsinstrument zal over een periode van 1 jaar (2 metingen) in deze studie worden meegenomen en gerelateerd aan daaropvolgende ontwikkelingen (zelfbeschadiging c.q. suïcidepogingen, beloop van depressie). Tevens wordt onderzocht welke invloed persoonsfactoren (persoonlijkheid, competentie), etniciteit, en omgevingsfactoren (relaties met ouders, leerkrachten, vrienden, sociaal-cultureel belangrijke gebeurtenissen, eisen van de omgeving) hebben op de predictie. Fase 3. Het signaleringsinstrument zal beschikbaar komen voor ZAT teams, jeugdartsen en medewerkers van jeugdgezondheidsdiensten, hulpverleners van de jeugd-GGZ, ambulante en residentiële jeugdzorg, huisartsen en alle anderen die betrokken zijn bij mogelijk suicidale jongeren. Maar ook voor jongeren zelf en voor hun ouders via websites. Professionele gebruikers zullen getraind worden in de toepassing. Naast verspreiding van testmateriaal zal een nieuwe manier van implementeren worden ingezet via e-learning modules. Op websites zal het signaleringsinstrument gedownload kunnen worden voor directe afname. Tegelijkertijd kunnen scoringsinstructies en normscores gedownload worden en worden directe verwijsadviezen gegeven en adviezen voor de bejegening van suïcidale jongeren. Zodoende kunnen hulpverleners binnen korte tijd een gefundeerde schatting maken van de ernst van het suïcidale verlangen. Een standaard vervolgactie is het gesprek waarin de hulpverlener de score bespreekt met de jongere. Een tweede standaard vervolgactie is een terugkomgesprek waarin de hulpverlener nagaat of suïcidaliteit inmiddels adequaat in hulp is genomen dan wel of de bezorgdheid bij nader inzien meevalt of wellicht onnodig was. Dit in verband met de mogelijke schadelijke effecten van het gebruik van dit instrument. In de implementatiefase worden website en toepassing uitgetest bij ZAT teams, Jeugd GGZ, en GGD's in grote steden, waarna het instrument beschikbaar komt voor routinematig gebruik.

Related organisations

Related people

Project leader Prof.dr. A.J.F.M. Kerkhof

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation