KNAW

Research

Intelligence and functional somatic symptoms and syndromes

Pagina-navigatie:


Update content


Title Intelligence and functional somatic symptoms and syndromes
Period 09 / 2008 - 01 / 2013
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1346921
Data Supplier Onderzoeker

Abstract

Functional somatic symptoms (FSS), symptoms that cannot be conclusively explained by organic pathology, constitute a major health care problem. Although the etiology of FSS is still not fully understood, it is widely agreed that underlying processes are multifactorial. Biological, psychological, and social factors make a person vulnerable for FSS, and complex interactions between these factors have part in the development and perpetuation of FSS. Many models have been suggested for the explanation of the etiology of FSS, acknowledging the interaction between the vulnerability factors for FSS. An example of such model is the cognitive-behavioural model. Among the cognitive factors, studies towards intelligence as a vulnerability factor for FSS are virtually absent. We aim to study the role of intelligence as a potential vulnerability factor of FSS. First, we aim to study if intelligence is a risk factor for FSS in adults and in adolescents. Second, we aim to study factors related to intelligence and FSS that might act as potential mechanisms explaining the association between intelligence and FSS. This study will be performed in longitudinal population-based cohorts covering different age windows. Understanding the mechanisms how intelligence and FSS might relate in adults, but also in adolescents, can contribute to understanding the etiology of FSS.

Abstract (NL)

Voor lichamelijke klachten kan niet altijd een duidelijke onderliggende lichamelijke oorzaak worden gevonden. Om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van deze zogenaamde functioneel somatische symptomen (FSS) onderzocht UMCG-promovendus Eva Kingma of de intelligentie van een persoon de kans op het ontstaan van FSS beïnvloedt. Mensen met een lagere intelligentie blijken gemiddeld genomen meer FSS te hebben dan mensen met een hogere intelligentie. Kingma maakte gebruik van meerdere grote studies met gegevens van relatief gezonde mensen van uiteenlopende leeftijden. Bij de proefpersonen was de intelligentie gemeten en de ontwikkeling van de gezondheid gevolgd. Om het verband tussen intelligentie en FSS te verklaren onderzocht Kingma verschillende factoren, waaronder socio-economische en stress-gerelateerde factoren. Zo blijken jongeren met een lagere intelligentie vooral vroeg in het leven kwetsbaar te zijn voor FSS wanneer ze hoge academische verwachtingen van hun ouders ervaren. Echter, waar deze hoge academische verwachtingen op jonge leeftijd een rol spelen, werkt dit mogelijk niet door tot in de volwassen leeftijd. Bij volwassen lijkt er een specifieke rol voor een ongunstige werksituatie. Volwassenen met een lagere intelligentie zijn gemiddeld vaker ongewild werkloos dan volwassenen met een hogere intelligentie wat de kans op FSS vergroot. De rol van intelligentie in relatie tot de gezondheid verdient verder onderzoek, vooral met betrekking tot de mechanismen die ten grondslag liggen aan de associatie tussen intelligentie en FSS.

Related organisations

Other involved organisations

Interdisciplinary Center for Pathology of Emotion, University of Groningen, University Medical Center Groningen

Related people

Supervisor Prof.dr. P. de Jonge
Supervisor Prof.dr. J. Ormel
Supervisor Prof.dr. J.G.M. Rosmalen
Doctoral/PhD student Dr. E.M. Kingma

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation