KNAW

Research

Popularisation and media strategies (1700-1900)

Pagina-navigatie:


Update content


Title Popularisation and media strategies (1700-1900)
Period 09 / 2010 - 08 / 2014
Status Current
Dissertation Yes
Research number OND1347054
Data Supplier Website Huizinga Instituut

Abstract

This project analyses the process of selection and adaptation in Dutch popular literature during the eighteenth and nineteenth century. Research for this project is centred on songs and catchpenny prints, which can be considered as the main mass media of the past. These genres incorporate three important components of popular culture: music, images and text. They also have strong affiliations to contemporary forms of popular culture, such as comic strips and popular music. Furthermore, these genres ensured that a large potential of stories, images, songs and melodies were being passed down from one generation to the next. In this project we want to answer the question of how the process of selection and adaptation in songs and catchpenny prints interacted with the motives and strategies of producers, distributors and consumers. The hypothesis driving this exploration is that the Dutch popularisation process in this period, contrary to common notion, led to cultural convergence instead of cultural divergence. This convergence manifested itself, just as it does in our modern media society, on the levels of production and distribution, intermediality, reception, and appropriation. The central question is addressed in two related subprojects: The first subproject (PhD) studies the motives and strategies of the producers and distributors of songs and catchpenny prints. Intermediality is approached here as a production strategy. The second subproject (Postdoc) focuses on the selection, adaptation, and intertextuality of the literary content of songs and catchpenny prints. Here intermediality is studied on the level of shared text, images, and music.

Abstract (NL)

Jan Klaassen, Tijl uilenspiegel, Roodkapje en Robinson Crusoë. We kennen ze alle- maal. We kennen ze uit kinderliedjes, stripverhalen, sprookjes of bijvoorbeeld proza- romans. De Nederlandse populaire literatuur uit de achttiende en negentiende eeuw heeft een grote bijdrage geleverd aan de overleving van volksverhalen door de eeuwen heen, tot nu toe. Tussen 1700 en 1900 werden de verhalen in Nederland ondermeer verspreid via centsprenten en populaire liederen die door een breed publiek gelezen, bekeken en gezongen werden. Centsprenten waren vellen papier, bedrukt met een reeks van plaatjes en enkele regels tekst, die voor één of meerdere centen te koop wa- ren. Ze kunnen gezien worden als de voorlopers van het moderne stripverhaal. Het project ́Popularisering en media strategieën: 1700-1900 ́ analyseert het proces van selectie en adaptatie in Nederlandse populaire literatuur uit de achttiende en negentiende eeuw. Centsprenten en populaire liederen vormen het corpus van het on- derzoeksmateriaal, omdat zij drie belangrijke componenten van populaire cultuur beli- chamen, namelijk beeld, muziek en tekst. Ik richt me specifiek op de positie van de producenten en distributeurs van deze populaire media. De vraag die in mijn onder- zoek centraal staat, is of we een toenemende organisatie zien in de strategieën en mo- tieven op het niveau van de productie en distributie. Coördineerden producenten en distributeurs hun activiteiten? Welke sociale, culturele, technische of economische fac- toren speelden een rol in het proces van selectie en adaptatie? En welke invloed had de productie- en distributiewijze op de populaire cultuur? Om deze vragen te kunnen be- antwoorden baseer ik me zowel op theoretisch onderzoek als op een empirische data- analyse van alle belangrijke spelers in het literaire veld. Het historische populariseringsproces zal ik trachten te verklaren aan de hand van theorieën over moderne media. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de aanname dat oude media niet wezenlijk verschilt van nieuwe media. De interdisciplinaire onder- zoeksmethode kan een helder licht werpen op de aard en vorm van de mediastrategieen tussen 1700-1900 en de mogelijke invloed daarvan op de populaire cultuur. In te- genstelling tot de algemene gedachte dat er door processen van popularisering een toe- nemende divergentie ontstond in de populaire cultuur van de achttiende en negentien- de eeuw, hoop ik uiteindelijk aan te kunnen tonen dat er juist sprake was van een toe- nemende convergentie. Op het niveau van de productie en distributie houdt dit vooral in dat er een toenemende organisatie te zien zal zijn in de strategieën en motieven van de selectie- en adaptatieprocessen. Dat zou het geval kunnen zijn door het gebruik van intermedialiteit als productiestrategie.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. L.P. Grijp
Co-supervisor Dr. J.L. Salman
Doctoral/PhD student Drs. T.C.E. Verheij

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation