KNAW

Onderzoek

Indeling fosfaatklassen

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Indeling fosfaatklassen
Looptijd 01 / 2012 - 12 / 2012
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1348097

Samenvatting

Aanleiding en projectdoelstellingen
1.1 Kennisbehoefte van de doelgroepen
De fosfaatgebruiksnormen zijn gedifferentieerd naar de fosfaattoestand van de bodem (zode en bouwvoor). Er zijn drie klassen onderscheiden (laag, neutraal en hoog). Inzicht ontbreekt wat de landbouwkundige en milieukundige gevolgen zijn van wijziging van de grenswaarden van de klassen voor het areaal, mestplaatsingsruimte en ontwikkeling van de fosfaattoestand bij wijziging van grenswaarden van de klasse-indeling van de fosfaattoestand van landbouwgrond.

1.2 Probleemstelling
In het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn Nederlandse landbouwgronden ingedeeld in drie fosfaat­klassen, te weten laag , neutraal en hoog . De grenzen tussen deze wettelijke klassen zijn beleidsmatige vertalingen van de klassen uit de landbouwkundige adviezen. Voor bouwland is de grens tussen de klassen laag en neutraal vastgesteld op Pw-getal < 36 mg P2O5/l. In het kader van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn kan de grens tussen de klasse laag en neutraal op een lager niveau worden vastgesteld om meer aansluiting te krijgen bij de grenswaarden van bemestingsadviezen. De indeling in klassen samen met beoogde fosfaatgebruiksnormen bepaalt de landbouwkundige gevolgen qua opbrengst en kwaliteit van landbouwgewassen en de milieukundige gevolgen voor ophoping en uitspoeling van fosfaat. De landbouwkundige en milieukundige gevolgen van wijziging van de grenswaarden van fosfaatklassen voor het areaal, mestplaatsingsruimte en ontwikkeling van de fosfaattoestand zijn onvoldoende bekend.

1.3 Doelstelling(en) van het project
Het vaststellen wat de gevolgen zijn van veranderingen in grenswaarden voor de fosfaatklassen met betrekking tot:
a) het areaal landbouwgronden dat in een bepaalde klasse valt;
b) de plaatsingsruimte van dierlijke mest uitgedrukt in miljoenen kg fosfaat per jaar;
c) hoe de fosfaattoestand van de bodem zich zal ontwikkelen gegeven de fosfaatgebruiksnorm die voor een fosfaatklasse geldt.

1.4 Doelgroepen
De doelgroepen zijn primair Ministerie van EL&I, Ministerie I&M en bedrijfsleven.

1.5 Verwachte resultaten / doorwerking
Inzicht in deze gevolgen dient beleidsvoorbereiding- en beslissingen bij differentiatie van fosfaatgebruiksnormen in het kader van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn).
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Samenvatting (EN)

Problem definition
In the fourth Dutch action program within the framework of the Nitrates Directive, phosphorus use from fertilisers, manures and soil amendments depends of the phosphorus status of agricultural land. The phosphorus use standards in the action plan is differentiated according to soil P status. Soil P status is divided into three classes, namely 'low', 'neutral' and 'high'. The boundaries between these classes are based policy considerations and phosphorus fertiliser recommendations based on soil testing. For arable land the boundary between low and neutral is set at Pw value <36 mg P2O5 / l. As part of the fifth action program within the framework of the Nitrate Directive the boundary between the class low and neutral might be set at a lower value to become more in line with the classification of soil phosphorus in current fertiliser recommendations. The agricultural and environmental implications of lowering the limits of a soil P class for the area culture land involved, the implication and perspectives for an agronomic and environmentally sound use of manure and development of the soil phosphorus status on the long term are not sufficiently known.

Research objectives
The goal is to determine what the agricultural and environmental consequences are of a change of soil P classes by means of a number of scenarios for P management as function of soil P status of arable land.

Results and products
Public report available on internet http://www.alterra.wur.nl/UK/publications/ Brochure with main findings, conclusions and recommendations.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Onderzoeker Dr.ir. W.J. Chardon
Onderzoeker Ir. J.C. Curth-van Middelkoop
Onderzoeker Ir. W. van Dijk
Onderzoeker Dr.ing. G.F. Koopmans
Onderzoeker Ir. M.P. van der Maas
Onderzoeker Dr.ir. A.A. Pronk
Onderzoeker Dr.ir. H. van Reuler
Onderzoeker Dr. C. van der Salm
Projectleider Ir. P.A.I. Ehlert

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie